taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Eerste conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 1 | Eerste conferentie Het Schoolvak Nederlands (1986)


Bijdrage: Over alfabetiseringskursussen en het voortgezet onderwijs: schijnbare uitersten raken elkaar (Marleen Claessens)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Marleen Claessens
55

Dit verhaal valt uiteen in tweedelen. Ik wil in eerste instantie informatie geven. Ik leg uit hoe analfabetisme ontstaat en zal de rol van de school daarbij belichten. Wat houdt analfabetisme in de praktijk in? Wanneer is iemand analfabeet en wat betekent het niet kunnen lezen en schrijven? Deze. informatie is zinnig voor mensen uit het voortgezet onderwijs. Zij kunnen hel probleem leren onderkennen en mensen doorverwijzen (ouders bijvoorbeeld). Neerlandici op een PABO leiden hun studenten op tot het geven. van lees- en schrijfonderwijs aan een basisschool. Zij moeten weten dat deze school nog steeds analfabeten aflevert en daarmee in hun onderwijs rekening houden. Leerkrachten Nederlands op beroepsopleidingen voor maatschappelijk werk en gezondheidszorg kunnen hun studenten leren analfabeten te 'ontdekken'. Het analfabeet zijn speelt namelijk een enorme grote rol bij emotionele en sociale problemen. Leerkrachten op MAVO's, HAVO's en VWO's krijgen weliswaar geen letterlijke analfabeten en leveren deze ook niet af , maar zij leren hun leerlingen vaak niet het ontzag af voor geschreven teksten met alle schrijfproblemen van dien.

In het tweede deel van mijn verhaal vertel ik over de uitgangspunten en werkwijze van het alfabetiseringswerk. De opvattingen over het begrip kennis, over de verhouding leraar-leerling en 'over de functie van leren, verschillen met die van het reguliere onderwijs. Ik denk dat de ervaringen en ideeën uit het alfabetiseringswerk van nut kunnen zijn voor onderwijsmensen bij de reflectie op hun eigen praktijk en stuur het daarom aan op een confrontatie tussen deze twee onderwijsvormen. Een aantal problemen die typerend zijn voor het regulier onderwijs komen hierdoor in een ander licht te staan. Ik denk hierbij aan orde- en motivatieproblemen, aan de kwestie van de juiste didactiek en aan het figuurlijke analfabetisme. Analfabetisme is een relatief begrip. Veel leerlingen hebben lees- en schrijfproblemen.

Ik lever geen uitgewerkte confrontatie; met behulp van stellingen vat ik kort de essentiele kenmerken samen van het regulier onderwijs. Uit de beschrijving van het werken in de lees- en schrijfgroepen moet duidelijk worden wat de verschillen zijn tussen het reguliere onderwijs en het alfabetiseringswerk.

Analfabetisme: een politiek probleem Vivisectie op een feniks

De analfabeet, waarvan het laatste exemplaar in 1901, met de invoering van de algemene leerplichtwet, voor het laatst in het wild is gesignaleerd, blijkt een sterk ras. In de 70er jaren duikt zij in groten getale en met name in de

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties