Doorzoek alle bundels


Bundel 1 | Eerste conferentie Het Schoolvak Nederlands (1986)

Bijdrage: Over alfabetiseringskursussen en het voortgezet onderwijs: schijnbare uitersten raken elkaar (Marleen Claessens)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Het Schoolvak

NEDERLANDS
56

arbeidersklasse en op het platteland, weer op. Begeleiders van leergroepen voor volwassenen zoals de Open School en Ouders op Herhaling constateren

rond 1975 dat er mensen zijn "(...) die er in allerlei situaties achter komen, dat zij functioneel analfabeet zijn, namelijk de eerste basis missen om in onze 'geletterde' samenleving te functioneren en die vaak vergeten worden, omdat nogal eens verondersteld wordt dat zij niet meer voorkomen in een maatschappij, die sinds driekwart eeuw verplicht onderwijs kent." (In: Van der Vaart 1978, p.25). In 1977 wordt het gevaar in een eerste officiëel onderzoek ontleed en gedetermineerd: "Een analfabeet is iemand die op geen enkele wijze in staat is gebruik te maken van lees- en schrijfvaardigheden op een voor hem of haar en voor de omringende samenleving betekenisvolle wijzè. Een semi-alfabeet is slechts in beperkte mate in staat gebruik te maken van geschreven taal op een voor hem of haar en voor de omringende samenleving betekenisvolle wijze (...)." (ibidem, p.26). Van Dijk en Hofmeester merken terecht op: "Het verschil tussen analfabeet en semi-analfabeet blijkt in de praktijk een onderscheid voor atademici. In het dagelijks leven blijken al deze mensen functioneel analfabeet en niet in staat om toe te passen wat ze mogelijk wel zouden kunnnen." (Van Dijk en Hofmeester 1986, p.5). De een kan niet lezen, de ander niet schrijven, weer een ander kan van allebei een beetje. Heel vaak ook durven mensen niet te praten. Analfabetisme gaat vaak samen met een gevoel van onmondigheid, al dan niet ervaren als onterecht,

In het eerste jaar dat ik een groep begeleidde, viel me op dat cursisten zo . onduidelijk praatten. Het duurde een tijd voor ik besefte dat zij ook nooit hadden geleerd, lees 'gelezen', hoe je iets uitspreekt, lees 'schrijft'. Voor Mensen die kunnen lezen, geldt het schrift als correctie voor de uitspraak en vice versa. De schrijftaal wordt, hoe verschillend ook van de gesproken taal, toch vaak als norm voor het praten gehanteerd. Mijn cursisten moeten vaak maar gissen. Zo krijgt iemand huursubsidie, is alfabeet en wil meer zeekrijt, in plaats van zekerheid. Deze fouten hebben niets met domheid te maken. Het kan een heel logische interpretatie zijn van gesproken' taal. Binnen het alfabetiseringswerk bestaat het verhaal van een man die naar het Arbeidsbureau ging vakken turen; zo zocht hij naar werk. (Ik ontdekte tijdens correctie- werk voor de woordenboeken van Van Dale dat het niet is 'immuum', maar 'immuun', niet 'wedervaardigheden', maar wederwaardigheden' en zo ken ik er nog wel een paar, die ik alweer ben vergeten).

Vanaf 1980 neemt de georganiseerde bestrijding van de plaag een aanvang. Er