taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Eerste conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 1 | Eerste conferentie Het Schoolvak Nederlands (1986)


Bijdrage: Over alfabetiseringskursussen en het voortgezet onderwijs: schijnbare uitersten raken elkaar (Marleen Claessens)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Marleen Claessens
59

milieus zijn. Er is met name door sociolinguïsten en sociodialectologen aandacht besteed aan het verschil tussen schooltaal en thuistaal en de

gevolgen daarvan voor de schoolresultaten van de kinderen. Kinderen die dialect of plat praten, krijgen op school niet alleen ABN te horen, ze moeten het ook zelf praten en schrijven. Daarbij is er ook nog sprake van hiërarchie. in dialecten. Alleen het plat uit het Westen (een nauwkeuriger aanduiding kan ik niet geven) wordt in taalmethodes als zodanig erkend en bestreden.

Ook de inhoud van de lessen, dat wil zeggen de waarden en normen die overgedragen worden,   sluit vaak niet aan op de praktijk waarin kinderen uit de lagere milieus leven. Een , hopelijk, extreem voorbeeld, tijdens een geschiedenisles in de zesde klas: "(...) Een leerling roept: "die niet werken verdienen toch geld". De meester beaamt dit met de woorden: "Ja, want er zijn mensen die maken misbruik van die sociale wetten en die willen niet werken, maar wel geld hebben en dat moeten wij betalen. Daar moeten we tegen zijn; het is heel goed dat die sociale wetten er zijn natuurlijk, maar wij betalen al die premies ervoor en een heleboel mensen maken daar misbruik van. Die zijn zogenaamd ziek en dan blijven ze weer eens een weekje thuis en dan gaan ze weer eens werken en dan zijn ze weer eens ziek. Daar moeten wij dus tegen zijn, want wij betalen maar en zij trekken steun. Dus je moet tegen ze zeggen: 'hup, werken!' " (Jansen 1975, p.122).

Ie bekiek ut moar

De discrepantie tussen thuis en school uit zich in slechte schoolresultaten. Maar er gebeurt natuurlijk meer. Hoe voelen kinderen zich, die uitgelachen worden, afgeschreven zijn, lastig of zielig bevonden? Iedere dag naar school moeten is dan een hel. Spijbelen kan, je bent toch te lastig voor de klas.

Officieel zat Bennie bij mijn broertje in de klas. Meestal zwierf hij over straat, maar wél altijd in de buurt van de school. Het was intens spannend als hij ineens met zijn neus plat tegen het raam naar ons stond te grimassen. In de ogen van de kinderen die redelijk konden meekomen, was Bennie stout, maar toch ook heldhaftig. En hij won alle zieltjes van de hele Sint Bonifatius school toén hij langs de spoorbaan, heel diskreet met de rug naar de school toe, zijn broek naar beneden trok en met een perfecte timing en een groot: gevoel voor dramatiek, zijn drol draaide. En de juffrouw lachtte, dat haar oorbelletjes dansten.

Andere kinderen gaan vechten: "Je wordt aggressief natuurlijk als je in de

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties