taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Eerste conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 1 | Eerste conferentie Het Schoolvak Nederlands (1986)


Bijdrage: Over alfabetiseringskursussen en het voortgezet onderwijs: schijnbare uitersten raken elkaar (Marleen Claessens)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Het Schoolvak

NEDERLANDS

60

tweede zit en je ziet leerlingen die al in de vierde klas zitten waarmee je in de eerste klas hebt gezeten en die je gaan lopen pesten. Dan wordt je automatisch agressief. Het is iets van je afzetten op een krachtmanier, laten zien dat je er toch bent, je eigen waarmaken op een andere manier. Dat. is het volgens mij." (Van Caspel 1983, p.146-147). Deze uiting van zelfrespect heet. 'abnormaal gedrag'. Niet alle kinderen durven zich te verzetten. Veel worden juist stil, schamen zich dood en vormen het mikpunt van spot. Zij geven het leren op om niet telkens gekwetst en vernederd te worden; "(...) Toen die man zei, 'bekijk het maar', ben ik ermee opgehouden. Ik dacht: 'dan kun je me niet. meer pakken'."(ibidem, p.161). Het is shockerend om te lezen hoe kinderen van nu, die naar een LOM-school zijn doorverwezen, praten over hun tijd op de gewone lagere school. Hun verhalen lijken op die van volwassen analfabeten: "Op die andere school kreeg iemand die praatte of stom deed een stuk zeep in zijn mond. Ik moest vaak in de hoek staan. Ik deed stout omdat ik het niet begreep. Vriendjes had ik daar niet. Alleen Marco. Die zit nu ook hier." (Een LOM-school-leerlingin Vrij Nederland-bijlage nr.40 4 oktober 1986, p•n• Een andere leerling: "Heel naar, de gewone school. Ik vond het net eeen hel. Je moest speciale dingen doen en je blijft maar de slechtste. Mijn vader was ook de slechtste van de klas en nu is hij de beste van kantoor. Dus ik denk bij mezelf, ik moet een rottijd doormaken, maar ik ben hier beter af." (ibidem, p.6).

De Franse onderwijssociologen Baudelot en Establet (1971,) stellen dat de school een politiek instrument is, gebruikt om bestaande maatschappelijke verhoudingen te reproduceren. De alfabetisering in de eerste klas van de lagere school is het belangrijkste instrument voor de selectie van leerlingen en het lezen en schrijven is voor de .arbeiderskinderen het moeilijkste (Baudelot en Establet in Van Caspel 1983). De school maakt gebruik van normen (cijfers, evaluaties en besprekingen) om te kunnen selecteren. Doel is de bestaande maatschappelijke verhoudingen te handhaven. Deze norm wordt gepresenteerd door de normale leerling. Maar wie is dat? Volgens Baudelot en Establet én volgens mij, zijn dat kinderen uit de hogere milieus. Vroeger op school noemden wij dat gewoon voortrekken. Je vormt de normering naar wat een bepaalde groep kinderen op grond van hun afkomst zal kunnen. Du moment dat deze norm in cijfers uitgedrukt wordt, krijgt zij de glans en betrouwbaarheid van objectiviteit, dus van het normale; alles wat daar niet aan kan voldoen, valt af. "(...) door aan iedereen op te leggen wat alleen te realiseren - en ook gerealiseerd wordt - door de kleine groep van bourgeoisie-kinderen,

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties