taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Eerste conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 1 | Eerste conferentie Het Schoolvak Nederlands (1986)


Bijdrage: Over alfabetiseringskursussen en het voortgezet onderwijs: schijnbare uitersten raken elkaar (Marleen Claessens)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Marleen Claessens
61

verwijzen de schoolnormen de grote meerderheid van de werkende bevolking naar de normaliteit, de pathologie, zelfs de debiliteit." (Baudelot en Establet 1971 in Van Caspel 1983, p.67). En kijk maar om je heen: kinderen uit de lage lagere milieus die op school niet meekomen, gaan eerder naar LOM- en BLO-.scholen dan kinderen uit de midden- en hogere klassen. Hun ouders proberen, voor die stap genomen moet worden, eerst via bijlessen, een strengere of juist soepelere of alternatievere school hun kind te redden.

Alfabetisering: een politieke strijd

In het reguliere onderwijs staat praten in dienst van de kennisoverdracht: de leerkracht praat, de leerling luistert. Zij mag praten als haar iets gevraagd wordt, of een vraag stellen als zij iets niet begrijpt met betrekking tot de stof. Het vertellen en uitwisselen van gedachten en ervaringen moet betrekking hebben op het te behandelen onderwerp. Andere verhalen doen niet ter zake, zij leiden slechts af.

Ik begeleid sinds vijf jaar, samen met een andere vrouw, een lees- en schrijfgroep, bestaande uit zes vrouwen. Er is een zeker verloop; ieder jaar gaan er wel een paar vrouwen weg ( doorstromers, bijvoorbeeld naar de Open School) en komen er nieuwe bij. Wij komen één avond in de week bij elkaar. Voordat de les begint wordt er koffie gedronken met kursisten uit de andere groepen.

Dit treffen heeft een functie: de kursisten merken dat zij niet de enigen zijn die niet kunnen lezen en schrijven. Dit verrast hun en geeft aanleiding tot gesprekken. Deze gesprekken houden niet op als de les begint. We gaan er juist bewust mee door. Hierdoor wordt duidelijk dat veel meer mensen worstelen met lezen en schrijven en dat zij bijna allemaal 'onder aan de ladder ' zitten. De vraag naar het waarom hiervan biedt nieuwe gespreksstof.

Wij beschouwen praten in onze lessen als een essentieel onderdeel van het leren lezen en schrijven. Door het uitwisselen van ervaringen onderzoeken de kursisten de oorzaken van hun problemen en ontdekken zij dat analfabetisme geen individueel probleem is, maar een structurele, maatschappelijk bepaalde onrechtvaardigheid. Dit lucht vaak enorm op. De schaamte en het zelfverwijt over een vermeende achterlijkheid of woordblindheid zijn meestal erg groot. Dit bederft   hele leven en maakt hen machteloos. Zolang deze verstarring duurt, is leren lezen en schrijven uiteraard een martelgang en dus volkomen zinloos.

Het Nederlandse alfabetiseringswerk is gebaseerd op de ideeën van het ervarend leren. ontwikkeld door de Braziliaanse pedagoog Paulo Freire. Freire

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties