taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Eerste conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 1 | Eerste conferentie Het Schoolvak Nederlands (1986)


Bijdrage: Over alfabetiseringskursussen en het voortgezet onderwijs: schijnbare uitersten raken elkaar (Marleen Claessens)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Het Schoolvak

NEDERLANDS
62

ontwikkelde in een aantal Derde Wereld-landen een politieke vorm van alfabetisering. Hij constateerde dat analfabetisme samengaat met maatschappelijke onderdrukking en apathie. De mensen met wie hij werkte, arme boeren, pachters en (ex-)slachtoffers van dictatoriale regimes, werden als onmondige wezens, als objecten behandeld, en lieten dat ook toe omdat zij zichzelf als zodanig beschouwden. Dit is volgens Freire in strijd met de historische roeping van de mens; zij is niet onderworpen aan de natuur en de omgeving, maar kan haar bewerken en veranderen. Freire streeft naar een proces van bewustwording, naar een vorm van onderwijs waardoor mensen in plaats van objecten van andermans handelen, subjecten van eigen handelen worden: een culturele actie voor vrijheid : "Het woord spreken is geen werkelijke daad,

wanneer dit niet tegelijkertijd geassocieerd is met het recht zichzelf en de wereld uit te drukken, van scheppen en herscheppen, van beslissen en kiezen en tenslotte deelnemen aan het historisch proces van een maatschappij. In de cultuur van het zwijgen is de massa 'stom', dat wil zeggen het wordt haar belet creatief deel te .nemen aan de transformatie van hun maatschappij en daardoor wordt het haar belet te 'zijn'." (Freire 1974, p.27).

Doel van het reguliere onderwijs is de kennisoverdracht en wel de eenzijdige, van de leerkracht op de leerling. Dit impliceert een hiërachische verhouding tussen het subject, de leerkracht die bedenkt wat het object,de leerling, moet weten en doen.

Leren lezen en schrijven is bij Freire dus gericht op het verkrijgen van zelfstandigheid. Dit betekent dat er in het alfabetiseringswerk andere criteria gelden ten aanzien van taalonderwijs dan in het reguliere onderwijs. Niet de leerkracht, maar de cursisten zelf bepalen de inhoud van de les.

Het is van fundamenteel belang dat mensen die willen leren zélf leren aangeven wat zij willen leren, opdat zij niet weer passief consument worden van kennis, die door anderen van hun belang geacht wordt. Leren is een "(...) steeds meer op je eigen kompas kunnen varen." (Goedhart 1981, p.86). Leren is dus veranderen, en veranderen is de praktijk van het theoretisch bewustworden.

Dit veranderen komt tot stand door te onderzoeken: (...) het doel van leren en onderzoeken is meer begrip krijgen van de omgeving waarin je verkeert en daar ook steeds meer invloed op uit kunnen oefenen. Dat wil zeggen dat je door te leren en te onderzoeken meer te weten komt van je omgeving (zien en oordelen) maar ook dat je beter kunt handelen. Dat handelen kan betekenen: ingrijpen in je omgeving, (dingen veranderen, meestal met anderen samen) of je bewust aanpassen." (ibidem, p.78).

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties