taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Eerste conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 1 | Eerste conferentie Het Schoolvak Nederlands (1986)


Bijdrage: Over alfabetiseringskursussen en het voortgezet onderwijs: schijnbare uitersten raken elkaar (Marleen Claessens)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Marleen Claessens
63

Cursisten in alfabetiseringsgroepen voelen zich dom en voeren ook tijdens de cursus nog een voortdurende, hardnekkige strijd tegen hun faalangst en de neiging terug te vallen op het gehate, maar vertrouwde image van de stommerik. De stap naar de cursus is een symbolische daad: het is het moment waarop besloten wordt te veranderen: "Er is niet veel veranderd.Maar aan de dokter zou ik heus wel vragen hoe iets zit, met pillen of zo. Vroeger niet Je wist niet wat je zeggen moest. Je stond met je mond vol tanden. En nu ik meer lees, ben ik meer mens geworden." (Brandsma en Wijnen 1985, p.32). Aldus een cursist.

In het reguliere onderwijs wordt kennis beschouwd in termen van hoeveelheid. Ieder kind heeft recht op een bepaald portie kennis; het moet deze kennis consumeren en reproduceren. Freire spreekt in dit verband van depositair onderwijs. Hij vergelijkt het onderwijs met het bankwezen: de leerkracht deponeert kennis in de leerlingen en verwacht na verloop van tijd rente in de vorm van cijfers en. rapporten..

Veranderen is een moeizaam proces: tijdens het leren moeten er iedere keer weer nieuwe hindernissen genomen worden: Durf ik al zelf mijn cheque in te vullen op het postkantoor? Zal ik zeggen dat ze me niet meer als een klein kind moeten behandelen? Brandende kwesties, een diep verlangen naar een ontspannen leven en de moed der hoop. Als cursisten doorzetten met wagen, winnen ze: "Je merkt het in allerlei kleine dagelijkse dingen. Ik was vanmiddag nog op de bank om geld te halen. Bedrag invullen en tekenen. Voor normale mensen zo gebeurd. Maar wat gebeurt? Ik schrijf 'honderd' met een 'd' te weinig. Meteen een hoop commentaar. Ik zeg:"Mens, als jij vanmiddag nog wat tijd hebt, dan zet je die 'd' er toch zelf bij." (Brochure SPAA 1984).

Voor Freire is het van wezenlijk belang dat mensen samen hun situatie ter. discussie stellen, in voortdurende dialoog met elkaar. Daarom wordt er les gegeven in een groep. "Het is zinvol dat leergroepen uit mensen met gemeen schappelijke achtergronden bestaan: dat ze in dezelfde buurt wonen bijvoorbeeld, of dat ze hetzelfde of gelijksoortig werk doen of dat de cursisten allemaal mannen of vrouwen zijn." (Goedhart 1981, p.90). En natuurlijk is in lees-en schrijfgroepen analfabetisme een continu gemeenschappelijk thema. Mensen met een gemeeschappelijk belang en doel kunnen zo, door te praten en na te denken, ontdekken dat hun problemen niet individueel, maar maatschappelijk bepaald zijn. Zij kunnen samen proberen naar een oplossing te zoeken.

In het reguliere onderwijs ligt de te behandelen stof vast: zij wordt door de leerkracht of de school vastgesteld. Lezen en schrijven bijvoorbeeld zijn

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties