Doorzoek alle bundels


Bundel 1 | Eerste conferentie Het Schoolvak Nederlands (1986)

Bijdrage: Over alfabetiseringskursussen en het voortgezet onderwijs: schijnbare uitersten raken elkaar (Marleen Claessens)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Het Schoolvak

NEDERLANDS

66

en met een verkeerde intonatie voorgelezen werd. Wanneer ik de lezer vroeg of ze het begrepen had, bleek zij zelfs een visie op de tekst te hebben. Voorlezen is geen graadmeter voor begrip.

Ook schrijven zonder vaardige hand kan. Beginnende schrijvers dicteren iemand anders wat zij op schrift willen zien. Zij kunnen dan oefenen met woorden uit die tekst, die zij moeilijk, belangrijk of mooi vinden. Iemand die leest, heeft iets te vertellen. "Van mezelf wist ik nooit, dat ik zo gezellig kon schrijven. Iedereen zegt dat, zelfs mijn man. Ik vraag weleens aan hem: "Kan ik dat zo wegsturen?" "Oh", zegt hij dan, "Hoe kan je op zo'n leuk idee komen?" Ik praat tegen mezelf als ik het opschrijf, net of. iemand voor mij zit". (Brandsma en Wijnen 1985, p.18).

Conclusie

Ik denk dat orde- en motivatieproblemen, zoals die in het reguliere onderwijs voorkomen, te maken hebben met het feit dat de lesstof vastligt. Deze staat niet ter discussie. De vraag hoe deze stof over te brengen daarentegen wordt uit den treure herhaald. De motivatie van leerlingen is dus geen gegeven, maar moet opgewekt worden. In het alfabetiseringswerk kennen wij ook motivatieproblemen. Deze zijn echter van heel andere aard. Wat geleerd wordt, is zelf door de cursisten bepaald, het motivatieprobleem is daarom heel wezenlijk:

durf ik wel te veranderen; durf ik het inzicht in dingen dat ik nu heb gekregen wel om te zetten in veranderingen? Wat riskeer ik?

In het reguliere onderwijs bestaat de figuurlijke vorm van analfabetisme.

Het gaat er niet zozeer om het formuleren wat jij mee te delen hebt, of om het kritisch zoeken en verwerpen van leesvoer. Het technisch leren lezen en schrijven, zonder telkens weer na te denken over de boodschap van de tekst, creëert een ontzag voor teksten en houdt dit ontzag in stand. Weten wat je wil schrijven en lezen, vertrouwen op je mening of gedachten, dit zijn vaardigheden die binnen alle niveaus en soorten taalvaardigheidsonderwijs tot en met de universiteit toe, problemen opleveren. Analfabetisme is een relatief begrip.

Concluderend stel ik dat analfabetisme, orde- en motivatieproblemen en het figuurlijk analfabetisme ontstaan door de manieren van leren in het reguliere onderwijs. Wat er onderwezen wordt op school is veelal niet functioneel. De leerlingen vragen er niet om. Het is echter geen oplossing om dan maar aan te sluiten bij de interesses van leerlingen. Dit is een truc; de stof blijft daarmee ongedeerd centraal staan. De enige manier om wezenlijke veranderingen