taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Eerste conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 1 | Eerste conferentie Het Schoolvak Nederlands (1986)


Bijdrage: Ieder leert op zijn eigen manier; over verschillen in leerstijlen (Lies Fonderie)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Het Schoolvak

NEDERLANDS
70

veranderen van leerstrategie, van de wijze waarop iemand een afgebakende leertaak aanpakt; dat is iets, wat we, gezien veel van de lessen studievaardigheden, wèl mogelijk achten.) Over leerstijlen zijn dus nogal wat theorieën. Op twee daarvan ga ik nu nader in.

In zijn boek Hoe wij denken, leren en vergeten (2) wijst Vester erop, dat mensen niet allen op dezelfde wijze informatie opnemen,, doordat de toegangskanalen tot de hersenen niet voor ieder gelijk zijn. Sommige verwerven kennis het beste als zij beelden zien, anderen als ze luisteren. Er zijn mensen die het meeste leren door te praten over het onderwerp en er zijn mensen bij wie tasten, proeven of ruiken de beste leerweg is. Vester gaat ervan uit dat deze verschillen al in de eerste levensmaanden ontstaan. Dat dus al heel vroeg wordt bepaald of we visueel, auditief, verbaal. of haptisch zijn ingesteld.

Het is wellicht zinvol om ons te realiseren hoeveel schooluren ook visuele, verbale of haptische leerlingen luisterend moeten doorbrengen. Als we rekening willen houden met verschillen, zal dat dus ook mede betekenen dat we zoeken naar werkvormen, waarbij leerlingen ook kijkend informatie kunnen opnemen en waarbij ze over verschijnselen en ervaringen met elkaar kunnen spreken. Hier- voor zijn binnen het vak Nederlands natuurlijk veel mogelijkheden. Tastend, voelend of ruikend met taal bezig zijn vraagt meer vindingrijkheid en creativiteit. (Zelf herinner ik me nog altijd van mijn Montessori-school de taaldozen met de bijvoeglijke naamwoorden, waarbij je begrippen als zout, zoet groot of ruw moest proeven en voelen.)

Bij de Amerikaanse psycholoog Kolb (3) gaat het niet om het toegangskanaal tot de hersenen, maar om het instapmoment in het leerproces. Hij legt de nadruk op twee zaken die voor het leren belangrijk zijn:

le. Een leerproces is een cyclisch proces en bestaat uit vier fasen, die alle doorlopen moeten worden als je nieuwe informatie wilt verwerken en nieuwe inzichten •wilt opdoen. In zo'n volledig leerproces worden ervaringen aan theorieën, en doen aan denken gekoppeld.

2e. Niet alle mensen hebben hetzelfde opstapmoment in dat leerproces. Zij verschillen in de wijze waarop zij de vier fasen het liefst doorlopen. Op deze wijze kan je onderscheid maken tussen:

Divergeerders, die goed een concrete situatie vanuit verschillende gezichtspunten kunnen bekijken.

Assimileerders, die goed onsamenhangende zaken tot een samenhangende verklaring kunnen verwerken.

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties