Doorzoek alle bundels


Bundel 1 | Eerste conferentie Het Schoolvak Nederlands (1986)

Bijdrage: Ieder leert op zijn eigen manier; over verschillen in leerstijlen (Lies Fonderie)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Lies Fonderie
71

Convergeerders, die goed zijn in het oplossen van problemen door logisch af te leiden.

Accomodeerders, die goed zijn in het actief uitvoeren van opdrachten, plannen en experimenten.

De theorie van Kolb is schematisch als volgt weer te geven:

Voor het lesgeven betekent dit:

  1. Als het echt gaat om het verwerven van nieuwe inzichten, moet je ervoor zorgen dat alle vier de fasen worden doorlopen. Pas dan is het leerproces volledig. Misschien kunnen we met dit cyclische model ook wat genuanceerder reageren op de controverse tussen de idealen van het ervaringsleren en de opvattingen van deback-to-basics-aanhangers: ervaringsleren kwam vaak niet

 

verder 'dan de concrete ervaring en de reflectie daarop. Traditioneel onderwijs bleef vaak steken in abstracte theorieën en gestructureerde oefen oefeningen. In beide gevallen werd de cirkel dus niet rond gemaakt.

  1. Docenten kunnen bij een nieuw onderwerp of een nieuw onderdeel verschillende aanpakkenhanteren, die aansluiten bij de vier leerstijlen van hun leerlingen: a. De instructie-aanpak. De docent reikt de belangrijkste informatie aan en geeft daarna gestructureerde oefeningen. Vervolgens krijgen de leerlingen Meer open opdrachten (groepswerk, video bekijken of andere observatiemethoden). Tenslotte bespreken zij hun ervaringen daarbij na.