Doorzoek alle bundels


Bundel 1 | Eerste conferentie Het Schoolvak Nederlands (1986)

Bijdrage: Toneelteksten in de klas (Cor Geljon)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Cor Geljon
79

2 De personages

In de eerste lessen is al duidelijk geworden, dat een belangrijk kenmerk van de meeste toneelstukken is, dat er geen verteller is, die je in een tussenzin op de hoogte kan stellen van de broodnodige achtergrondinformatie. Met een zin als ' "Ik hou van je", sprak hij op onvaste toon, maar terwijl hij die woorden uitsprak moest hij ineens ontzettend aan Mathilde denken', doe je als toneelschrijver niet zoveel en hoe dramatiseer je een zin als: 'Daar stormde de buurvrouw binnen, een schoonheid aan wie je niet kon zien, dat ze al vier keer een facelift had gehad en jarenlang een liederlijk leven had geleid in de sloppen van Berlijn'. Zo'n zin laat ik weleens in scène zetten en daarmee zet je de leerlingen direct op het spoor van de personagetekening.

We proberen daarna bij een videofragment of een stuk van een script een zo compleet mogelijke persoonsbeschrijving te maken, daarbij nauwkeurig aangevend waar die informatie vandaan komt en hoe betrouwbaar die gegevens zijn. Als het fragment daartoe aanleiding geeft,bespreken we ook de mogelijkheden tot identificatie met bepaalde personages en in enkele gevallen kan duidelijk worden, dat een personage ook betekenisdrager kan zijn.

3 De boeiende werking

Het is voor iedere leerling duidelijk, dat een schrijver die zijn publiek niet weet te boeien beter een ander vak kan kiezen. Maar hoe bereikt hij dat? Om dat te laten zien vertoon ik de eerste twintig minuten van een aflevering van bijvoorbeeld Derreck, de bekende Duitse politieserie. Iedereen noteert zoveel mogelijk elementen die met elkaar maken dat de aandacht van de kijker niet verslapt. Na afloop worden de gegevens in kleine groepjes met elkaar vergeleken. en vervolgens maken we klassikaal op het bord een inventarisatie, die we daarna in categorieën onderbrengen. Meestal heb ik na één korte videosessie al het materiaal bij elkaar dat ik nodig heb. Ik noem de voornaamste aspecten van de boeiende werking.

In de eerste plaats zijn er de voorgevoelens bij aanvang, je kent de serie, je kent de schrijver of je hebt er al veel over gehoord. Vervolgens wordt je een groot aantal vraagtekens voorgeschoteld: witte plekken in de informatie. De personages refereren aan een gebeurtenis in het verleden die je niet kent, ze praten over zaken in verwijswoorden en raadselachtige zinnen (Denk je dat ik 'het' zal durven?) of ze verwijzen naar iets in de nabije of verre toekomst (een blik naar buiten die plotseling angstig wordt, de aankondiging van een