Doorzoek alle bundels


Bundel 10 | Tiende conferentie Het Schoolvak Nederlands (1997)

Bijdrage: Taakgericht leren in een multimediale context (Heidi De Niel & Joke Verbeek)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

TAAKGERICHT LEREN IN EEN MULTIMEDIALE CONTEXT   107

antwoorden en reacties van de taalleerders. Een goed softwareprogramma moet echter ook kunnen detecteren waar en waarom het bij bepaalde leerders fout loopt, zodat er doelgerichtere feedback kan worden gegeven.

  1. Differentiatie door medeleerders: ruimte voor communicatieve interactie Interactie met de computer is mogelijk, maar wat 'echte' communicatie betreft, zijn de leerders toch nog altijd op mekaar aangewezen. Een aantal softwarepakketten biedt tegenwoordig wel mogelijkheden om bijvoorbeeld uitspraak te oefenen, zodat je met de nodige hardware je eigen stem kan beluisteren en vergelijken met de cd-rom versie. Spraak-herkenners (computers die je spraak registreren en interpreteren) kunnen zelfs reageren op je uitspraak, zodat je hier wel van minimale interactie kan spreken, zij het met een zeer specifiek doel. Van echte communicatie in de brede zin van het woord tussen mens en computer kunnen we voorlopig nog niet spreken. Onderzoek heeft echter uitgewezen dat het voor onze doelgroep heel belangrijk is dat leerders communiceren over betekenissen van woorden, over mogelijke interpretaties van een taak, enz. (Van den Branden. 1995) Die interactie draagt immers in hoge mate bij tot taalverwerving. Een goed computerprogramma moet de leerders dus mogelijkheden aanreiken om over de gestelde taken te discussiëren en met elkaar te onderhandelen. Daarom stellen we voor dat taalleerders meestal per twee aan één computer werken.

  2.  Geïntegreerd in een bestaand NT2-pakket, ofwel een 'open and distance learning'-pakket

Om in een taakgerichte aanpak te passen moet een multimediaal pakket ofwel een substantieel en geïntegreerd onderdeel van een bestaande taakgerichte taalcursus uitmaken, ofwel een op zichzelf staande taakgerichte cursus vormen.

  1.  Geen bijkomende vaardigheden nodig

Om met een multimediaal programma overweg te kunnen mag van laaggeschoolden geen grote computerdeskundigheid geëist worden, zoals het gebruik van een toetsenbord, muis of functietoetsen. Dat zou leerders die geen hard- of softwarekennis hebben of wier schrijfvaardigheid nog niet voldoende ontwikkeld is, verhinderen een dergelijk programma te gebruiken.

3 WELKE MULTIMEDIALE PAKKETTEN ZIJN ER OP DE MARKT?

In april 1995 heeft het Steunpunt een lijst opgemaakt van ongeveer alle software die gebruikt werd om Nederlands te Ieren aan anderstalige volwassenen. Gezien de vaart waarmee nieuwe programma's op de markt komen, was het onmogelijk een volledige lijst op te stellen. Uiteindelijk passeerden 59 programma's de revue en werden ze getoetst aan de zojuist vermelde kenmerken.