taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Tiende conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 10 | Tiende conferentie Het Schoolvak Nederlands (1997)


Bijdrage: Leren omgaan met zaakvakteksten (Goedele Duran & Christine Mechelmans)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

ANDERSTALIGE NIEUWKOMERS
Leren omgaan met zaakvakteksten

Goedele Dumn & Christine Mechelmans

Anderstalige nieuwkomers in het secundair onderwijs krijgen in Vlaanderen 26 uur Nederlands per week gedurende één schooljaar. In die tijd moeten zij zo goed mogelijk voorbereid worden op het vervolgonderwijs. Welke richting zij ook uitgaan na het onthaaljaar, in elk geval zullen zij op school met vaktaal en zaakvakteksten geconfronteerd worden. Eén van de belangrijkste doelstellingen van het onthaaljaar is daarom de leerlingen de nodige vaardigheden bij te brengen om studieteksten van de verschillende vakdomeinen in grote lijnen te kunnen begrijpen, in zoverre het algemeen schools taalgebruik betreft. Ook het globaal begrijpen van onderwijsleergesprekken hoort daarbij.

Om leerlingen met zaakvakteksten te leren omgaan, is inzicht nodig in de verschillende componenten die bijdragen tot de moeilijkheidsgraad van een tekst, teneinde een goede tekstselectie te kunnen maken.

DE TOEGANKELIJKHEID VAN TEKSTEN'

De toegankelijkheid van teksten is afhankelijk van vier factoren, die als continua beschouwd worden:

  1.  de wereld in de tekst;

  2.  de mate van contextualisering;

  3.  het gevraagde verwerkingsniveau van de informatie;

  4.  de talige moeilijkheidsgraad.

De wereld die in de tekst aangeboden wordt, is de inhoud, het onderwerp van de tekst. Dat kan een onderwerp zijn waarmee leerlingen heel vertrouwd zijn, bijvoorbeeld een dag op de eigen school. Maar minder vertrouwd kan ook: 'het gezonde ontbijt' lijkt wel bekend te zijn voor alle leerlingen, maar een ontbijt is cultureel en sociaal gekleurd. De kans is bijgevolg groot dat de tekst een beroep doet op kennis die niet alle leerlingen bezitten. Als dat ontbijt bovendien beschreven wordt in termen van de nodige mineralen en vitaminen, is de tekst vermoedelijk ook voor 'gewone' leerlingen moeilijk.

Kortom, hoe ongebruikelijker het perspectief, hoe onbekender of abstracter het onderwerp, des te moeilijker de tekst. Bovendien verschillen leerlingen van elkaar wat hun positie ten opzichte van dit criterium betreft: wat een bekende wereld is

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties