taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Tiende conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 10 | Tiende conferentie Het Schoolvak Nederlands (1997)


Bijdrage: Nieuwe tendensen in het schoolvak Nederlands op HSN-10 (Mark Van Bavel)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

12   Mark Van Bavel

den we in de reflectielaag naast taalbeschouwing ook literatuurbeschouwing' krijgen en zou de praxislaag zich vertalen in taalvaardigheid en lectuur (het eigenlijke lezen).

Toen onlangs het Vlaamse leerplan Nederlands van het VVKSO voor de eerste twee jaren van het voortgezet onderwijs herwerkt werd, stak die componentendiscussie weer eventjes de kop op (De Jonghe 1995). Evenwel zonder het bestaande concept te veranderen: het Vlaamse leerplan VVKSO 1997 houdt het (voorlopig?) bij de drie evenwaardige componenten: vaardigheden, taalbeschouwing en aanloop tot literair lezen.

Het moedertaalonderwijs in Nederland, zo vernemen we, staat in 1998 voor een paar belangrijke inhoudelijke veranderingen in de bovenbouw. Die veranderingen raken aan de drie componenten. 'Kennis over taal en taalverschijnselen' verdwijnt gewoon en literatuur wordt een geïntegreerd vakonderdeel, waardoor Nederlands niet langer het monopolie over literair lezen behoudt. Die plannen zorgen voor heel wat beroering.

De tegenstanders van de hervorming hebben het over een verschraling van het moedertaalonderwijs. Te meer nog daar geletterdheid niet langer het voorrecht is van het literaire lezen. Volgens sommigen komen we tot een nieuwe definitie van 'culturele geletterdheid': cultureel geletterd is al wie leesvaardig is, zowel voor literair als voor functioneel lezen. Dat lezen hoeft zelfs niet eens letterlijk genomen te worden: steeds meer krijgen media daarin een belangrijke, vaak ondersteunende plaats; denken we maar aan de mogelijkheden van hypertekst.

1.2 Literair lezen kent een veranderende tekstkeuze en verwerking

Als literair lezen niet langer het voorrecht van Nederlands is, dan zal zich ook de tekstkeuze verwijden. Naast Nederlandstalige auteurs zal er plaats komen voor Europese. En wellicht zullen door de toenemende aandacht voor intercultureel onderwijs ook boeken uit de wereldliteratuur al snel in de klas en in de vrije tijd gelezen worden. Om de tekstkeuze is in het recente verleden al wat te doen geweest. Voor een paar jaar had de no-nonsense-beweging de nationale canon opnieuw ingehaald; wat voor heel wat leraren meteen een aanleiding was om meteen over te gaan naar literatuurgeschiedenis.

Tegelijkertijd stelden (diezelfde?) leraren vast dat hun leerlingen niet makkelijk te motiveren waren om de grote literaire teksten op hun leeslijst te plaatsen. Om daaraan tegemoet te komen, kozen sommige leraren voor een sterkere Ieerlinggerichte aanpak, zoals in de reader response (Dirksen 1995). Anderen lijken literatuur te willen aanbieden als een kennisgebied zonder rekening te houden met de respons van de leerlingen op het lezen. 'In wiskunde vraagt ook niemand zich af of de leerlingen het aanbod leuk vinden', luidt het dan.

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties