taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Tiende conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 10 | Tiende conferentie Het Schoolvak Nederlands (1997)


Bijdrage: Nieuwe tendensen in het schoolvak Nederlands op HSN-10 (Mark Van Bavel)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

NIEUWE TENDENSEN IN HET SCHOOLVAK NEDERLANDS OP HSN-10   13

1.3 Taalbeschouwing is steeds meer gericht op inzicht in taalgebruik...

Taalbeschouwing in de ruime zin van het woord sluit steeds meer aan bij taalgebruik. Het gaat om reflectie op de taal die leerlingen gebruiken, onder meer in de vier vaardigheden en om hun inzicht in taal en tekst. Ook spraakkunst wordt beschouwd als de bewustmaking van de norm die een taalgebruiker spontaan verwerft als hij leert spreken. In Nederland is het ontleedonderwijs wat teruggedrongen, (onder meer ten nadele van het zinsopbouwonderwijs en het communicatieve) vanuit de redenering: 'Een traditionele schoolgrammatica verschaft weliswaar expliciete kennis, maar niet de kennis die leerlingen behoeven als ze b.v. schrijven. Van dergelijke kennis zou geen transfer plaats vinden tijdens het schrijven.' (Van de Gein 1992) In Vlaanderen is de spraak-kunstinhoud in het secundair onderwijs nauwelijks gewijzigd. Weliswaar wordt inzicht in grammaticale structuren belangrijker geacht dan kennis van de terminologie. Deze houding spoort trouwens met de veranderde aanpak van spraakkunst in het basisonderwijs.

1.4 Vaardigheden worden steeds belangrijker, steeds procesmatiger

Als er in Nederland een reductie plaatsvindt in de rol van literatuur, dan wordt taalbeheersing — logisch, toch? — steeds belangrijker. Mondelinge taalvaardigheid, lang uit de centrale toetsing geweerd, wegens niet of nauwelijks te evalueren, staat weer volop in de belangstelling.

Maar ook in Vlaanderen, waar spreken en schrijven vanouds prominent in de klaspraktijk aanwezig zijn, beweegt er wat: luisteren krijgt er als aparte expliciete vaardigheid steeds meer aandacht. En functioneel lezen, dat vroeger pas in de derde graad van het secundair onderwijs aan bod kwam, krijgt sinds kort... reeds van in de basisschool volop aandacht. De aanpak maakt steeds meer gebruik van strategieën. En wat de evaluatie van vaardigheden betreft: die evolueert steeds meer weg van productevaluatie. Reeds geruime tijd dient evaluatie het procesleren. Sinds kort is daar het zelfstandig leren van de leerling en aandacht voor zijn leerproces bij gekomen. Waarbij de leerling vanuit criteria niet alleen leert wát van hem verwacht wordt en waarop hij zal beoordeeld worden, maar waarbij hij eveneens verneemt hóe hij zelfstandig moet leren. Criteria worden in het strategieonderwijs en het procesleren varianten van doelstellingen.

De veranderingen binnen de vaardigheden slaan kennelijk niet alleen op inhouden, maar ook op de vakdidactische aanpak. In dat procesevalueren spelen medeleerlingen een steeds grotere rol: wie iemand goed observeert bij spreken en schrijven, weet waarop hij moet letten als hij aan de beurt is. En wie vanuit de criteria aandachtig luistert/leest kan medeleerlingen — aan de hand van gesloten criteria — hints geven hoe het beter/anders kan. In beide gevallen leren leerlingen van elkaar.

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties