taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Tiende conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 10 | Tiende conferentie Het Schoolvak Nederlands (1997)


Bijdrage: Het nieuwe leerplan 'schrijven' in de basisscholen (Freddy Gemis)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

HET NIEUWE LEERPLAN 'SCHRIJVEN'
IN DE BASISSCHOOL

Freddy Gemis

1 OPBOUW VAN DE LEERPLANNEN

In Krachtlijnen voor moedertaalopvoeding in de basisschool (Centrale Raad van het Katholiek Lager en Kleuteronderwijs 1989) worden de leerkrachten geïnformeerd over de visie van waaruit de nieuwe leerplannen worden geschreven. Deze 'krachtlijnen' steunen op twee pijlers: een taalvisie en een visie op moedertaalonderwijs. Een taalvisie dient een antwoord te geven op vragen als: wat is taal? waartoe dient ze? hoe verwerft de mens, en het kind in het bijzonder, zijn moedertaal? Aan de ene kant gebruiken we taal in verschillende omstandigheden en om velerlei redenen, aan de andere kant denken we ook voortdurend na over dat gebruik. Dat noemen we taalbeschouwing. Hierdoor kan het taalgebruik aan vaardigheid en diepte winnen.

Moedertaalonderwijs moet in een katholieke school een bijdrage leveren tot de harmonische ontplooiing van de totale kinderlijke persoonlijkheid in christelijk perspectief. Het heeft eigen inhouden, eigen structuren, eigen gradaties. Moedertaalopvoeding doorstroomt het hele leerproces. Het overstijgt de grenzen van het vakgebied. De basisschool onderwijst en voedt op in en door taal.

Om dit optimaal aan leerkrachten over te brengen, hebben we ervoor geopteerd om de leerplannen aan te bieden per gebruiksdomein van taal: luisteren, spreken, lezen, en schrijven, om dan af te sluiten met een domeinoverstijgend leerplan `taalbeschouwing'. Wat de concrete vormgeving betreft, zijn de leerplannen gebaseerd op het didactisch model. Hierdoor kan het leerplan meer ondersteunend werken aan de dagelijkse klaspraktijk. In elk van de leerplannen is er ruim aandacht voor 'suggesties voor de klaspraktijk'.

Bij het nadenken over het taal-gebeuren stellen we ons drie vragen:

  1. Wat gebeurt er bij een kind dat... luistert, spreekt, leest en schrijft?

  2. Over welke vaardigheden en inzichten moet een kind beschikken om dit te kunnen?

  3. Hoe kan ik als leerkracht dit realiseren in de concrete klaspraktijk?

We bekijken dit verder vanuit het leerplan 'Schrijven' (Centrale Raad van het Katholiek Lager en Kleuteronderwijs 1995).

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties