taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Tiende conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 10 | Tiende conferentie Het Schoolvak Nederlands (1997)


Bijdrage: Spreken Luisteren in de tweede fase. Presenteren, discussiëren, notuleren op de OSG Winkler Prins te Veendam (André Hoekstra & Tom Oud)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

SPREKEN EN LUISTEREN IN DE TWEEDE FASE

Presenteren, discussiëren, notuleren op de OSG
Winkler Prins te Veendam

André Hoekstra & Tom Oud

De eindrapportage van de vakontwikkelgroep Nederlands maakt duidelijk dat leraren Nederlands niet langer ontkomen aan het onderwijzen van spreek- en luistervaardigheid in de bovenbouw van havo en vwo. Deze vaardigheden moeten voortaan (als de Tweede Fase zal zijn ingevoerd) immers getoetst worden. Misschien is het goed dat de vrijblijvendheid van de CVEN verleden tijd is: `vooralsnog niet verplicht' luidde enige jaren geleden het advies. Vaak is het zo dat veranderingen in het onderwijs pas plaatsvinden als de toetsing (het eindexamen) aangepast wordt, c.q. verplicht gesteld wordt.

Uiteraard waren er voor de docenten redenen om voorzichtig om te gaan met spreken en luisteren. Het gaat hier om moeilijk te becijferen onderdelen van ons vak; het is lastig het onderwijs zo te organiseren dat alle leerlingen baat bij de lessen hebben. Het gaat bovendien om vaardigheden die tamelijk ongrijpbaar zijn: we voelen ons op onbekend terrein, en onbekend maakt onbemind.

Toch blijkt lesgeven in spreken en luisteren haalbaar. Gedurende een kleine vijftien jaar hanteren we in Veendam een organisatiemodel waarbij spreken en luisteren in een zinvolle samenhang aan de orde komen, waarin bijna alle leerlingen een taak hebben, en waarin het geven van feedback aan elkaar resulteert in voldoende voortgang in het leerproces. Hoe gaat dat in zijn werk?'

1 DE WERKWIJZE

De kern van onze werkwijze is de koppeling van spreekbeurt (presentatie) aan discussie. De spreekbeurt levert informatie en argumentatie voor enkele stellingen die ten grondslag liggen aan de discussie. De spreekbeurt moet daarom doel- en publiekgericht zijn; de discussianten beschikken over voldoende achtergrondinformatie om effectief aan de slag te kunnen. Verder hebben enkele leerlingen de opdracht presentatie en discussie te observeren. Zij moeten na afloop commentaar leveren en beoordelen. Ten slotte zijn enkele leerlingen belast met de verslaglegging.

Het opvallendste kenmerk van deze werkwijze is de veelheid aan activiteiten: (bijna) alle leerlingen hebben een taak tijdens de lessen. Verder is er veel aandacht voor de nabespreking: leerlingen geven elkaar direct en gericht feed-

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties