Doorzoek alle bundels


Bundel 10 | Tiende conferentie Het Schoolvak Nederlands (1997)

Bijdrage: Inhoud geven aan taalvaardigheidsonderwijs (Hans Hulshof en Ton Hendrix)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

INHOUD GEVEN AAN TAALVAARDIGHEIDSONDERWIJS   167

naar ons oordeel een relativerende, zelfs kritische kanttekening. In veel gevallen levert dat didactisch gezien een ongericht en verwaterd taalonderwijs op, dat wij graag proberen te verbeteren door beide onderdelen direct herkenbaar in de didactiek van het schoolvak Nederlands onder te brengen. Daar gaan we nu nader op in.

We hebben tijdens de conferentie een videoband laten zien met een sterk ingedikte opname van drie lessen leesvaardigheid (150 minuten teruggebracht tot één kwartier).' Leesvaardigheidsonderwijs wordt gecombineerd met een taalkundig onderwerp. Het is zeker niet zo dat het lezen van teksten over taal(kunde) zonder meer zal leiden tot beter lezen en tot grotere kennis over het onderwerp, in dit geval taalkundige kennis. Het verschijnsel dat leerlingen na de behandeling van een tekst (vaak het beantwoorden van vragen) zich niets meer herinneren van de inhoud is menig docent bekend. Het leesproces zelf en de verwerking van de tekstinhoud verdienen beide onze expliciete aandacht. Uitgangspunt is het door ons uitgewerkte vijfstappenplan (Hendrix & Hulshof 1994) dat we in paragraaf 3 nader toelichten.

Het gaat ons erom in de didactiek de combinatie van enerzijds taalvaardigheidstraining en anderzijds taalkunde te verhelderen. Daartoe willen wij een bouwsteen aanreiken in de vorm van een toelichting op het stappenplan (Hendrix & Hulshof 1994). Het onderwijs aan de hand van dit stappenplan representeert de docentbegeleiding en moet uiteindelijk leiden tot een leesprocedure, tot een zelfstandige aanpak van lees- en studieteksten.

2 EEN SAMENHANGENDE PROCEDURE VOOR LEZEN

In 'het studiehuis', zoals de vernieuwde Tweede Fase van het voortgezet onderwijs in Nederland getypeerd wordt, zullen docenten hun instructie zo moeten inrichten dat leerlingen op een gegeven moment voldoende kennis en houvast hebben gekregen om zelfstandig verdiepende activiteiten uit te voeren. Als docenten gerichte, tekstafhankelijke vragen stellen, zullen die afwijken van de vragen die de leerlingen zich in eerste instantie zelf zouden hebben gesteld bij de lezing van de tekst.

In dat opzicht wijkt het door vragen gestuurde lezen af van de weg die de leerling 'als onbevangen lezer' zelf zou hebben afgelegd. Dat is niet bezwaarlijk, mits de leerlingen vooraf duidelijk wordt gemaakt dat dergelijke vragen bestanddeel zijn van een procedure om teksten zelfstandig te (leren) lezen. De vragen bij een tekst moeten gezien worden als deelhandelingen, als een stapsgewijze voorbereiding op het leren hanteren van een leesprocedure. Uiteindelijk worden dergelijke vragen naar deelvaardigheden onderdelen van de innerlijk, in het hoofd uitgevoerde interpretatie, analyse en beoordeling van een tekst.