taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Tiende conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 10 | Tiende conferentie Het Schoolvak Nederlands (1997)


Bijdrage: De plaats en organisatie van hulp- en steunlessen (Thomas Jager en Joop Wammes)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

DE PLAATS EN ORGANISATIE VAN HULP- EN STEUNLESSEN   179

Weet wat je leest en Lezen tot de tweede kunnen daarbij gebruikt worden in de reguliere les. Op scholen met minder anderstalige leerlingen of met minder aandacht voor deze leerlingen worden dergelijke boeken eerder in de steunles gebruikt.

Er zijn echter ook anderstalige leerlingen die zaken als technisch lezen, automatische woordherkenning, auditieve discriminatie, uitspraak en basisgrammatica onvoldoende beheersen, ondanks het feit dat ze de gehele basisschool in Nederland doorlopen hebben. Deze vaardigheden worden basisvaardigheden of ook wel voorwaardelijke vaardigheden genoemd. Bij de formulering van de kerndoelen van de basisvorming is geen rekening gehouden met allochtone en autochtone leerlingen die deze voorwaardelijke vaardigheden nog niet beheersen. En zonder speciale begeleiding zullen deze leerlingen volstrekt vastlopen, zonder daarbij de talige basisvormingsdoelen te bereiken. Dit slechte vooruitzicht geldt in mindere mate ook voor anderstaligen die nog maar kort in Nederland zijn, al zullen ze met een normaal talent in het verwerven van een taal sneller vooruitgaan.

Op de schooltypes A en B zullen deze onderwerpen alleen onderdeel van de inhoud van steunlessen kunnen zijn. In schooltype C kan ook tijdens de lessen Nederlands aan een aantal van deze basisvaardigheden gewerkt worden als veel leerlingen dezelfde problemen hebben. Zo'n school kan de steunlessen besteden aan aandacht op maat voor diverse achterstanden. Leerlingen kunnen binnen steunlessen gediagnostiseerd worden: is een leerling in alle deelvaardigheden slecht of zijn er een paar specifieke problemen? Er kan vervolgens getoetst worden of de leerling de betreffende vaardigheden wel beheerst als het om alledaags taalgebruik gaat.

Er dient op alle drie de schooltypes ook gekeken te worden of er aanwijzingen zijn voor een taalstoornis. Leerlingen met een taalstoornis (met andere woorden een orthodidactisch probleem) hebben specialistische hulp nodig, die in het algemeen in NT2-steunlessen niet geboden kan worden. Wel moet een steunlesdocent in staat zijn zulke leerlingen te signaleren en door te verwijzen naar de rt-docent. Voor deze leerlingen kan op grond van een diagnostisch onderzoek een behandelingsplan gemaakt worden om heel gericht met een leerling of een klein groepje aan een bepaalde (deel)vaardigheid te gaan werken. Die deelvaardigheden kunnen een scala van trainingsgebieden behelzen, bijvoorbeeld klankdiscriminatie (met betrekking tot niet-interferentiegevoelige items), woordkopie (van nonsenswoorden bijvoorbeeld), hardop lezen, handschrift, woordgeheugen, auditieve concentratie, etc.

Samenvattend kan gesteld worden dat op schooltype A nauwelijks rekening gehouden wordt met de anderstalige leerling en dat de steunlessen in dat schooltype een zeer groot terrein moeten bestrijken, aangezien ook de behandeling van alle NT2-specifieke zaken, veel schoolse taalvaardigheden en veel woordenschatuitbreiding naar die lessen verschoven wordt. De steunlesdo-

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties