taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Tiende conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 10 | Tiende conferentie Het Schoolvak Nederlands (1997)


Bijdrage: 'Nederlands' nieuwe stijl. Een centraal vak, in de lengte en de breedte (Steven ten Brinke)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

`NEDERLANDS' NIEUWE-STIJL   23

worden van de processen en strategieën die met leren of je ontwikkelen samenhangen. Van dat bewustzijn is het maar een betrekkelijk kleine stap naar het besef dat een belangrijk deel van die processen en strategieën taalcommunicatief van aard is. Als secties Nederlands dit goed in de gaten krijgen, zullen ze zeker kunnen proberen met hun collega's in die vakken waarin het verwerken en het produceren van talige informatie een belangrijke rol speelt, in overleg te treden.

Dat betekent dat de beroemde latitudinele lijn van 1970 nieuwe impulsen kan krijgen. Ik hoor de verzamelde deelnemers aan de eerste VON-conferentie te Amersfoort nog, onder leiding van Peter van Lint, hun yell scanderen: `Lon-gitu-di-naal, La-ti-tu-di-neel!!' De latitudinele lijn heeft, zoals bekend, interessante onderwijstaalprojecten opgeleverd (denk bijvoorbeeld aan het Paulus-College, aan Maria van der Aalsvoort en Bart van der Leeuw, later nog eens aan het project 'Taal en Didactiek' in Nijmegen, en aan Rita Rymenans), maar leek over zijn bloeiperiode heen. Het nieuwe denken over onderwijs in Nederland waarin 'leren' centraal staat, maakt nu activiteiten langs die lijn plotseling weer zeer levensvatbaar! Het is niet moeilijk om aan leraren in andere vakken uit te leggen, dat 'ook in hun vak leercompetentie een rol speelt, en dat die competentie veel taalcommunicatieve aspecten heeft.' Het bedje is dus conceptueel gespreid, en de collega's hoeven er maar in te stappen. Dat doen ze overigens niet vanzelf, er zal toch heel wat energie voor nodig zijn om ze zover te krijgen. Maar daarover straks.

Ik ga met u op weg naar de laatste Verschuiving, nr. 3. Die komt erop neer dat het hoger onderwijs 'veronderwijskundigt'. Dat houdt in dat het, als laatste in de reeks basisonderwijs (bo) - voortgezet onderwijs (vo) - hoger onderwijs (ho), in toenemende mate gaat inzien dat 'studeren' meer inhoudt dan 'met een discipline geconfronteerd worden'; anders gezegd, dat studeren benoembare leerprocessen van allerlei aard (wisselend per vak) inhoudt en dus ook een daarop aansluitende didactiek veronderstelt.

Deze verschuiving kan binnen het hoger onderwijs dezelfde latitudinele lijn openen als ik zojuist al voor het voortgezet onderwijs aangaf, namelijk dat in diverse studievakken belangstelling ontstaat voor taalcommunicatieve competenties. Maar er is meer. De verschuiving is, gecombineerd met het feit dat zowel het vwo als het havo wordt gezien als voorbereidend op het hoger onderwijs, bezig om interessante contacten, dikwijls in de vorm van netwerken, tot stand te brengen tussen enerzijds havo- en hbo-, anderzijds vwo- en wo-docenten. Vo-docenten kunnen in stijgende mate met ho-collega's op onderwijskundig niveau praten. Met andere woorden: ook de tweede beroemde lijn uit de jaren '70, de longitudinale, is op dit ogenblik volop actief.

Wat het benutten van die lijn voor het schoolvak Nederlands kan gaan betekenen, bleek onlangs tijdens een studiedag over de overgang havo-hbo van de Hanzehogeschool in Groningen. Uit de discussie in de workshop Nederlands

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties