taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Tiende conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 10 | Tiende conferentie Het Schoolvak Nederlands (1997)


Bijdrage: 'Nederlands' nieuwe stijl. Een centraal vak, in de lengte en de breedte (Steven ten Brinke)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

24   Steven ten Brinke

werd mij duidelijk dat er voor de neerlandici in beide sectoren drie taken liggen. Die hebben voornamelijk betrekking op het non-fictionele domein. De eerste taak is de taalcommunicatieve basiscompetentie die in beide sectoren van belang is, nader als vak vorm te geven, onder andere door consensus te bereiken over de terminologie en de inhoud van basisprincipes en -handgrepen van dat vak, bijvoorbeeld bij lezen ten aanzien van concepten als analyseren, interpreteren, beoordelen, samenvatten.

De tweede taak is door middel van voorbeelden te demarqueren waar de taak van het havo ophoudt en die van het hbo begint. Om weer een voorbeeld te nemen uit het domein lezen: in sommige sectoren van het hbo wordt het op prijs gesteld als studenten zonder veel aanwijzingen, dus min of meer zelfstandig, met een uitgebreide reader aan het werk kunnen. Gehoopt wordt dat ze dan het materiaal kunnen ordenen (in bijvoorbeeld principiële stukken, illustraties/voorbeelden, toelichtingen, ontboezemingen, enz.) om vervolgens een leesplan te maken. Ten minste zouden de studenten moeten wéten dat ze dat moeten doen. Waarschijnlijk zullen leraren havo hun leerlingen wèl met die strategieën in kennis willen brengen en laten oefenen, maar hen niet willen confronteren met materiaal van zulk een omvang en complexiteit. Zoiets nu kan door gemengde docentengroepen havo-hbo voor diverse aspecten worden vastgelegd.

En dan bleek er nog een derde taak te zijn: de centrale positie van het schoolvak Nederlands, die gelegen is in zijn belangrijke bijdrage aan leercompetentie, met elkaar praktisch vorm te geven en elkaar te helpen ze in de eigen instelling via de latitudinele lijn te verspreiden.

Tot zover mijn overzicht van de drie Verschuivingen. Welk een mogelijkheden maken ze zichtbaar! Inderdaad, een mooie toekomst ligt in het verschiet. Maar alvorens we ons daarin kunnen gaan verlustigen, is het goed ons wat nader te verdiepen in de vraag wat voor het realiseren van die mogelijkheden allemaal nodig is.

Ik begin bij de eerste Verschuiving, inhoudende dat het schoolvak Nederlands in het voortgezet onderwijs in Nederland bij leerlingen een complete taalcommunicatieve basiscompetentie gaat aanbrengen op zowel non-fictioneel als fictioneel terrein. Het is duidelijk - en de voorstellen van de Vakontwikkelgroep Nederlands impliceren dat ook - dat de leerlingen die competenties zullen moeten verwerven, niet in de eerste plaats via klassikale lessen of uit studieboeken, maar vooral via doen, en wel van een doen waarop ze geregeld reflecteren. Bij zowel dat doen als bij de reflectie erop moeten ze effectief gecoacht worden (ik prefereer de term 'coachen' boven het populairdere woord 'begeleiden' omdat het inhoudt dat je ook wat inhoudelijks te bieden moet hebben). De leraarsactiviteit coaching zal dominant moeten worden in alle onderdelen van het schoolvak Nederlands nieuwe-stijl.

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties