taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Tiende conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 10 | Tiende conferentie Het Schoolvak Nederlands (1997)


Bijdrage: 'Nederlands' nieuwe stijl. Een centraal vak, in de lengte en de breedte (Steven ten Brinke)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

`NEDERLANDS' NIEUWE-STIJL   25

Daarvoor moet er in diverse opzichten het nodige gebeuren. Zo moet coaching haalbaar worden. Immers, ook al zou zoals ik vermoed de leraar Nederlands in de toekomst wat minder leerlingen onder zijn/haar hoede krijgen dan nu het geval is, dat aantal blijft toch voor coachingsdidactiek respectabel. Die valt alleen maar in praktijk te brengen als de educatieve uitgeverijen erin slagen leermateriaal te produceren dat onder andere aan de voorwaarde voldoet dat het transparant is voor de leraar. Daarmee bedoel ik dat het theoretisch materiaal, het opdracht- en het tekstmateriaal zo zijn `geportioneerd' en vormgegeven, dat de leraar bijna in één oogopslag kan zien in welk onderdeel van een bepaalde procedure een leerling bezig is, en ook wat hij/zij in de aanloop daar naartoe gedaan heeft.

U voelt dat voor het zelfde doel - transparantie voor de leraar -, nodig is dat de leerlingen volgens gestandaardiseerde procedures werken. Dit geldt ook voor het fictionele terrein, het terrein waarop je de sterkste neiging hebt de leerling juist flink vrij te laten. Die tol moeten de leerlingen echter betalen, anders is hun leraar met zijn omvangrijke 'client load' nergens meer! Later, in hun eigen praktijk, zullen ze natuurlijk de verworven standaardprocedures naar hun hand kunnen zetten en ze met eigen vondsten kunnen verrijken.

Daarnaast moeten de leraren een werk- en controlestijl ontwikkelen die niet alleen effectief is, maar hen ook het plezier in het werken doet behouden. De controlestijl bijvoorbeeld moet zo zijn dat hij niet te veel tijd vraagt van de docent maar anderzijds op tijd diagnoses oplevert. En wat het plezier in het werk betreft: naast het coachingswerk heeft een docent ook een zekere dosis plenair of groepsgewijs klassencontact nodig om eens 'lekker met de klas ergens over bezig te zijn', 'eens een mooi verhaal te vertellen' (veel neerlandici zijn goede performers), enz. Bovendien wordt op die manier beter gebruik gemaakt van het feit dat er een vakmens in de klas aanwezig is. Om plezier te kunnen houden in zijn/haar werk moet de leraar trouwens ook zonder schaamte of frustratie kunnen bepalen in welke mate de werkbelasting toelaat in te spelen op verschillen in de leergroep.

En dan is er nog een attitudeverandering, ofwel - om het met de Nijmeegse universitaire didactici te zeggen - een paradigmawisseling nodig bij een flink aantal docenten. Artikelen in de Nederlandse dagbladpers over literatuuronderwijs, die met wisselende heftigheid de traditionele opvattingen verdedigden en de Vakontwikkelgroep Nederlands aanvielen, geven daar ten overvloede blijk van. Daartegenover staat dan weer dat ik in nascholingsseminars en zeker bij sessies in de universitaire lerarenopleiding veel (aanstaande) leraren Nederlands heb ontmoet die 'er zin in hebben'.

In hoeverre zal dit nu allemaal gerealiseerd worden en hoe lang zal het duren? Aan de ene kant weten we hoe dergelijke ontwikkelingen moeizaam verlopen, getuige de - overigens imponerende - ontwikkeling van Gericht Schrijven tot een bescheiden maar nu dan toch in redelijke mate erkende vorm van

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties