taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Tiende conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 10 | Tiende conferentie Het Schoolvak Nederlands (1997)


Bijdrage: 'Nederlands' nieuwe stijl. Een centraal vak, in de lengte en de breedte (Steven ten Brinke)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

26   Steven ten Brinke

progressieve schrijfdidactiek. Aan de andere kant komen er nu dwingende eindtermen waarop de educatieve uitgeverijen moeten reageren, evenals op den duur de professie. Laat ik het er maar op houden dat het mooi zou zijn als zich over een jaar of tien iets duidelijks is gaan aftekenen. De eindtermenoperatie is immers ten minste voor zo'n tijdspanne bedoeld.

Gaan we naar de tweede Verschuiving: Nederlands als centraal vak in het `Leren leren', en de mogelijkheid van dienovereenkomstige latitudinale bewegingen. Wat die bewegingen betreft: als er één moment is waarop je vanuit het vak Nederlands actief kunt worden op die lijn, dan is het wel nu. De Stuurgroep Tweede Fase, inmiddels omgezet in een Procesmanagement Tweede Fase, hamert bij alle gelegenheden op samenhang tussen de vakken. Men wil af van de eenzijdige vakkenschool. Men wil dat de leerlingen 'vakoverstijgende competenties' (men spreekt hier van 'vaardigheden') verwerven. Theoretisch staat de deur dus open voor secties Nederlands die zich, bijvoorbeeld onder coördinatie van een conrector, over de taalcommunicatieve aspecten van leercompetentie met hun collega's in de andere vakken willen verstaan. Een reëel doel van dat overleg zou zijn voor elkaar te krijgen dat leerlingen bepaalde taalcommunicatieve principes en handgrepen die bij Nederlands 'disciplinair' zijn geleerd, in andere schoolvakken (waar dat tenminste zinvol is) toepassen, en dat de betrokken leraren dat ook stimuleren.

Toch zullen deze latitudinele verbanden niet vanzelf totstandkomen. Ik noem in de eerste plaats de triviale noodzaak tijdens de ontwikkelfase formatie-eenheden beschikbaar te stellen. Verder is het essentieel dat de docent Nederlands erin slaagt zijn vakcollega's te laten voelen dat bepaalde leeractiviteiten die de leerlingen bij hen moeten ontplooien, taalcommunicatieve competentie veronderstellen. Ik doel hier op die leeractiviteiten die tenminste het hapklare-brokkenprincipe te buiten gaan; als dat niet het geval is, valt er immers voor de vakcollega noch voor de leraar Nederlands veel aan de leerling uit te leggen.

Uiteraard moeten we ons niet beperken tot het domein lezen; ook op de andere terreinen kan zich in meer 'sophisticated' vakonderwijs van alles afspelen (schrijven van bijvoorbeeld een kort rapportje over een stukje groepswerk) of spreken/discussiëren. Ik denk ook niet dat de leraar Nederlands al te defensief ten opzichte van zijn collega's behoeft op te treden, want hij/zij heeft het nodige aan bruikbare principes, procedures en handgrepen te bieden. Het lijkt me niet verstandig dergelijke projecten onder de paraplu 'Taalbeleid' te brengen, want de aanduiding 'taal' verduistert waar het om gaat; het doet denken aan spelling en stijl en aan meertaligheid. Kies er maar bescheiden aanduidingen voor, bijvoorbeeld 'Omgaan met Taalinformatie bij Leertaken'.

De ontwikkelingen binnen de derde Verschuiving, dus die op de longitudinale as vo-ho, hebben, althans voor zover ik het kan waarnemen, een tamelijk voorspoedig verloop. De daar optredende `veronderwijskundiging' wordt dan ook afgedwongen door de randvoorwaarden. Het ho heeft namelijk als gevolg van

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties