taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Tiende conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 10 | Tiende conferentie Het Schoolvak Nederlands (1997)


Bijdrage: Woordenschatonderwijs in de taalklas (Mariélle Bieleman & Esther Hafkenscheid)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

WOORDENSCHATONDERWIJS
IN DE TAALKLAS

Mariëlle Bieleman & Esther Hafkenscheid

In veel van de publicaties over de achterstandspositie van allochtone leerlingen en Nederlandse achterstandsleerlingen in het voortgezet onderwijs wordt als een van de voornaamste oorzaken hiervan hun onvoldoende taalvaardigheid genoemd (zie o.a. Appel & Vermeer 1994; Hacquebord 1989, 1995; Verhallen 1994). Met name de schoolse taalvaardigheid van deze leerlingen laat vaak te wensen over. Ze kunnen wel dagelijkse gesprekken voeren in het Nederlands en Nederlandse televisieprogramma's volgen, maar ze hebben moeite met het begrijpen van schoolboekteksten. Bij veel vakken moeten ze hun kennis echter juist uit deze teksten verwerven.

De problemen die de taalzwakke leerlingen met schoolboekteksten hebben, worden vooral veroorzaakt door hun onvoldoende woordkennis. Ze komen ten eerste in die teksten veel onbekende schooltaalwoorden tegen, woorden als `enerzijds-anderzijds' en 'hoogstens-minstens'. In de tweede plaats komen ze er veel woorden tegen waarvan ze wel de dagelijkse betekenis kennen, maar niet de `schooltaalbetekenis' die ze op dat moment nodig hebben. Door hun onvoldoende ontwikkelde woordenschat begrijpen ze dus bijvoorbeeld hun geschiedenis- en aardrijkskundeboeken minder goed en hebben ze moeite met hun wiskundeopgaven.

De onlangs ontwikkelde woordenschatlijn bij Weet wat je leest is bestemd voor brugklasleerlingen, en richt zich enerzijds op het leren van die zo belangrijke schooltaalwoorden en anderzijds op het leren werken met woordverwervingsstrategieën. In de periode van februari tot mei 1996 is door Mariëlle Bieleman, indertijd studente Toegepaste Taalkunde, onderzoek gedaan naar het werken met deze woordenschatlijn en naar de effecten ervan op de woordenschat van de leerlingen. Dit onderzoek .is uitgevoerd op het Rölingcollege te Groningen, in de taalklas van docente Nederlands Esther Hafkenscheid. In dit artikel zal zowel vanuit de praktijkervaringen van Esther Hafkenscheid als vanuit de meer theoretische achtergrond van Mariëlle Bieleman verslag worden gedaan van de verschillende aspecten van dit onderzoek.

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties