taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Tiende conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 10 | Tiende conferentie Het Schoolvak Nederlands (1997)


Bijdrage: Woordenschatonderwijs in de taalklas (Mariélle Bieleman & Esther Hafkenscheid)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

32   Mariëlle Bieleman & Esther Hafkenscheid

steunlessen gaven onvoldoende resultaat. Het was duidelijk dat ook voor deze categorie leerlingen een oplossing gezocht moest worden.

Tezelfdertijd gaf het Katholiek Pedagogisch Centrum (KPC) aanzetten tot een effectievere taalaanpak oftewel taalbeleid. Hiervoor ontwikkelde het KPC onder meer het Diagnose-instrument taalbeleid in het VO, waarmee middelbare scholen hun beginsituatie inzake taalbeleid kunnen vaststellen (Van der Erve e.a. 1994). Reden genoeg om ook op het Rölingcollege met het experiment 'de taalklas' van start te gaan.

2.2 Organisatie

Taalbeleid wil zeggen: aandacht voor taalproblemen en voor talige aspecten in alle vakken. Schoolse taalvaardigheden worden aangepakt, zoals uitbreiden van de basiswoordenschat, leren hanteren van vaktaal, en voorspellend en studerend lezen van vakteksten. Taalbeleid houdt in feite 'taalbewustwording' van docenten in. Niet alleen allochtone, maar ook Nederlandse taalzwakke leerlingen in leerjaar 1 vallen in de doelgroep voor taalbeleid. Voor beide categorieën kan taal immers een drempel vormen. Om praktische redenen is er een selectie gemaakt van circa 30 vbo/mavo-leerlingen, verdeeld over twee klassen (vorig jaar 18 in één klas) en circa 25 mavo/havo/atheneum-leerlingen (in één klas).

De taalklassen hebben een lessentabel die grotendeels identiek is aan die van andere eerste klassen. Ze hebben echter een extra uur Nederlands per week, waarin met name begrijpend en studerend lezen worden getraind. De woordenschat komt aan de orde in alle (zaak)vaklessen. Vorig cursusjaar gebeurde dit met zogenaamde woordenschriften, waarin leerlingen bij elke vakles moeilijke en onbekende woorden noteerden. Tijdens het extra uur Nederlands werd met deze woorden verder gewerkt. Dit jaar krijgen de leerlingen elke week tien nieuwe woorden aangereikt, die in de daaropvolgende dagen terugkomen bij andere vakken. Dat gebeurt via posters die in de lokalen hangen. De woorden-schatlijn van Weet wat je leest werd vorig jaar in de experimentele versie gebruikt, dit jaar in de herziene versie. Het hierna beschreven onderzoek is vorig schooljaar in de vbo/mavo-taalklas uitgevoerd, toen er nog niet gewerkt werd met woordenschatposters, maar met het woordenschrift en met de woordenschatlijn van Weet wat je leest.

3 HET ONDERZOEK 3.1 De onderzoeksopzet

Het onderzoek naar het werken met en de effecten van de woordenschatlijn is uitgevoerd in de vbo/mavo-taalklas van het Rölingcollege en bestond uit drie

© Nederlandse Taalunie, 2000-2010 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties