taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Tiende conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 10 | Tiende conferentie Het Schoolvak Nederlands (1997)


Bijdrage: Lezen en identiteit. Een suggestie (Ria Van den Eynde)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

LEZEN EN IDENTITEIT   329

De mogelijkheid krijgen om binnen de lessen Nederlands te kunnen ontdekken wat nu juist boeiend of vervelend is aan lezen en dit kunnen delen met anderen, biedt de leerlingen een kans en een houvast in de zoektocht naar literatuur, maar vooral naar zichzelf. Bovendien kan je als leraar voeling krijgen met wat leeft bij die bepaalde jongere en zo nieuwe uitdagingen aanreiken of een honger naar meer van hetzelfde stillen. Leerlingen horen elkaar praten over wat ze lazen, wat zeer aanstekelijk kan werken.

3 READER RESPONSE CRITICISM

Ook bij het voorlezen en de verwerking ervan of bij het werken met de leescirkel blijft het aspect van de identiteit van het lezende individu een grote rol spelen. Het Reader Response Criticism biedt een mogelijke invalshoek om literatuur aan te wenden als hulpmiddel om dichter bij de persoonlijkheid van de lezer te komen. De aanhangers van deze theorie menen dat de lezers de betekenis van een tekst niet ontdekken, maar in grote mate zelf produceren.

Deze visie leidde binnen de literatuurdidactiek tot een bezinnen over lesdoelen en -methoden. Ze vroeg om een accentverschuiving van tekstbestudering naar tekstervaring. Het gaat bij deze benadering in de eerste plaats om de emotionele beleving van een tekst, waarbij begrippen als betrokkenheid, belangstelling en gemotiveerdheid centraal staan.

Je kan hierbij de nodige bedenkingen maken:

  •   leidt deze aanpak niet tot vervlakking, verenging, modegebonden literatuurkeuzen?

waar blijf je met al je informatie over literatuur, literaire termen en stromingen?

  •   hoe pas je deze tekstbeleving in een groter geheel in?

Duidelijk moet zijn dat het in deze eerste fase om motivatie gaat, om het zich betrokken voelen bij wat gelezen wordt. Leerlingen moeten kunnen ervaren dat ze een zekere vrijheid hebben om met een tekst om te gaan, om een eigen waardeoordeel te formuleren, voor of naast het geconfronteerd worden met de `leerstof' en de waarde die je als leraar aan de tekst vastknoopt.

4 IDENTITEIT

Uitgaande van de emotionele betrokkenheid en de motivatie van de leerling kan je niet voorbij aan de identiteit van de leerling. In deze opzet concentreren we ons op de volgende aspecten van de persoonlijkheid: het verstand, het gevoel, en het lichaam.

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties