Doorzoek alle bundels


Bundel 10 | Tiende conferentie Het Schoolvak Nederlands (1997)

Bijdrage: Hoe valt literaire ontwikkeling vast te stellen? (André van Dijk)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

334   André van Dijk

1.1 Een abstract-technisch model

Ontwikkeling betekent: (1) updaten; (2) verbreden; (3) communicabel maken; (4) innoveren. Laten we deze facetten met voorbeelden illustreren voor literaire ontwikkeling. De leesautobiografie vertelt dat de leerling de film Geschichte ohne Ende heeft gezien; updating betekent dan dat hij nu de romanversie leest. De leerling heeft thuis de video The Hunchback of the Notre Dame, Sans Famille of de stripverhaalversie van Niels Holgerson; actueel maken houdt dan in dat hij passages uit het oorspronkelijke werk gaat lezen en zich rekenschap geeft van de verschillen.

Verbreding houdt vervolgens in dat de leerling een thema uitwerkt of een genre nader verkent, of naast het bijbelboek Ruth ook het verhaal leest van Esther. Naast eenvoudige thrillers/detectives als Havank gecompliceerde boeken als In de Naam van de Roos, naast jeugdboeken als Mories Besjoer literatuur van Tahar ben Jalloun uit de Mahreb, naast sprookjes van Moeder de Gans cultuursprookjes van Andersen. Updating en thematische verbreding en/of verbreding van een genre: deze actualiseringen en uitbreidingen zijn objectief meetbaar.

Van ontwikkeling is er ook sprake als leerlingen het bereik verruimen van onderwerpen waarover men wil of kan of durft te communiceren. Het is moeilijk om vrijmoedig te spreken over intimiteiten, over de smaak van de eigen maatschappelijke klasse als men vanuit de literatuur inziet dat deze onder kritiek gesteld wordt. Gerard Reves portret van zijn ouders in De Avonden of Gipharts harde beschrijvingen van intieme persoonlijke handelingen, hoe deze zo in het gesprek in te brengen dat men er de eigen visie op de werkelijkheid mee kan vergelijken?

Innovatie houdt in dat de leerling op een andere manier met literatuur heeft leren omgaan: het gebruik van nieuwe media, eventueel persoonlijke ontmoetingen met auteurs, vergelijkingen van cultuurdeelname, het vervaardigen van een filmscript, het omzetten van een romanplot in een gedicht of tekening, het herschrijven van een slot, de uitbeelding van een verhaalgegeven vanuit een ander perspectief, enz.

Mijns inziens valt de literaire ontwikkeling zeker objectief vast te stellen voor zowel de kandidaat als de examinator - op basis van een goed en tamelijk uitvoerig entréeverslag - met behulp van het abstracte model met de vier componenten updating, verbreding, het communicabel maken, en innovatie.

1.2 Een lezersmodel

Het model dat lezersreacties/opstellingen kwalificeert, sluit nauw bij het abstracte model aan. De kwalificaties worden in de eindtermen omschreven met: "de kandidaat kan zijn persoonlijke lezerservaring beschrijven, verdiepen en