taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Tiende conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 10 | Tiende conferentie Het Schoolvak Nederlands (1997)


Bijdrage: Woordenschatonderwijs in de taalklas (Mariélle Bieleman & Esther Hafkenscheid)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

34   Mariëlle Bieleman & Esther Hafkenscheid

Daar kwam nog bij dat de spontaan gevormde tweetallen onderling qua niveau sterk uiteenliepen. Hierdoor traden al snel tempoverschillen op. Het controleren van de oefeningen werd daardoor bemoeilijkt.

3.3 Oplossingen

Aan het startpunt van waaruit de leerlingen vertrekken, valt natuurlijk niet te tornen. Daarom is gezocht naar een didactische werkvorm waarin de docente gebruik kon maken van niveau- en tempoverschillen in de klas. 'Sterkte-zwakteparen' werden geformeerd: een zwakke taalleerder met een kleinere woordenschat en/of beperkt zelfinschattend vermogen werd gekoppeld aan een leerling die op deze punten meer in huis had. Ook voor de sterke helft van het koppel valt er voordeel te halen: wie hardop formulerend uitleg geeft aan een medeleerling, controleert zijn eigen keuzes op juistheid. Deze ingreep bleek goed uit te pakken. Het werktempo nam toe en er werd minder vaak een beroep gedaan op de leerkracht. Een bijkomend voordeel was dat deze nu de handen vrij had om paren te observeren en in te grijpen waar en wanneer dat nodig was.

4 DE ONDERZOEKSRESULTATEN

4.1 De metalinguïstische kennis verbetert

In paragraaf 1.2 werd al aangestipt dat er bij de woordenschatlijn van Weet wat je leest vanuit het principe wordt gewerkt dat het goed kunnen inschatten van de eigen woordkennis - de metalinguïstische kennis - een belangrijke voorwaarde is voor woordverwerving. Uit de analyse van de resultaten op de eerste ja/nee-toets bleek dat in beide vbo/mavo-klassen relatief veel leerlingen zaten die hun eigen woordkennis in hoge mate overschatten. Bij de observaties van de taalklas waren deze leerlingen ook makkelijk te herkennen: het waren vaak drukke, zeer aanwezige leerlingen, die moeite hadden zich te concentreren. Bij de woordenschatoefeningen riepen ze vaak zonder na te denken dat ze een woord kenden, terwijl bij doorvragen bleek dat ze niet verder kwamen dan: `... nou gewoon, dat betekent dat euh... nou gewoon, je weet wel...'

Uit de analyse van de resultaten op de tweede ja/nee-toets bleek dat de leerlingen uit de taalklas, die met de woordenschatlijn hadden gewerkt, grote vooruitgang hadden geboekt op het onderdeel metalinguïstische kennis. Een grotere vooruitgang zelfs dan de in principe iets sterkere leerlingen uit de controlegroep. Deze resultaten wijzen erop dat de woordenschatlijn van Weet wat je leest leerlingen inderdaad helpt hun eigen woordkennis beter in te schatten.

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties