taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Tiende conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 10 | Tiende conferentie Het Schoolvak Nederlands (1997)


Bijdrage: Hypertekst is middeleeuws. Achtergronden en voordelen van hypertekst in het literatuuronderwijs (Edward Vanhoutte)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

HYPERTEKST IS MIDDELEEUWS

Achtergronden en voordelen van hypertekst
in het literatuuronderwijs

Edward Vanhoutte

1 HET POSTMODERNE INTERTEKSTUALITEITSPROBLEEM

Als motto voor zijn laatste roman De geruchten, die bulkt van de intertekstuele referenties, gebruikt Hugo Claus een vers van John Donne: "Tis all in pieces, all coherence gone". Hiermee rechtvaardigt Claus enerzijds zijn postmoderne spel met de intertekstualiteit en daagt hij anderzijds de lezer uit die samenhang weer te herstellen door de puzzel op te lossen. 'De lezer' is hier misschien een te algemene term, want het zijn vooral de literatuurwetenschappers die staan te dringen om de tekst te ontrafelen en elkaar de loef af te steken met deze of gene vondst.

En tussen de uiterst leesbare tekst van de roman en de doorwrochte essays van academische puzzelaars staat dan de leraar die niet van zijn of haar leerlingen (noch van zichzelf) kan verwachten dat zij de kennis bezitten om alle intertekstuele referenties te zien en te begrijpen. Hoe komt het nu dat die speurtocht naar de intertekstuele referenties zo moeizaam gaat bij 'de gewone lezer', wat is daarvan de oorzaak, en is er een oplossing voor?

2 HET MANUSCRIPT

Toen Gutenberg in het midden van de 15e eeuw het losse zetsel uitvond, betekende dat een revolutie voor het boekwezen en de mentaliteitsgeschiedenis.(1) De boekdrukkunst leverde immers een tweetal belangrijke voordelen op tegenover de manuscriptkunst: ten eerste werden er meerdere exemplaren van een tekst gelijktijdig aangemaakt en verspreid, en ten tweede waren al die exemplaren (min of meer, vergelijk de editiewetenschap) identieke teksten. Anders gesteld: een manuscript kan door een ander persoon ver weg in tijd en ruimte gelezen worden, maar de gedrukte tekst zorgt ervoor dat verschillende personen onafhankelijk van elkaar in tijd en ruimte precies dezelfde tekst kunnen lezen, interpreteren, citeren en - belangrijk voor ons verhaal - eraan kunnen refereren.

Maar die toegankelijkheid, multipliciteit en gefixeerdheid van de gedrukte tekst brachten ook twee grote nadelen met zich mee: primo werden het collectieve geheugen en de multimedialiteit waarbinnen een manuscript in de middeleeuwen functioneerde afgebouwd, en secundo ruimde de multilineaire lay-out geleidelijk plaats voor de lineaire tekst zoals we die nu nog kennen.

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties