taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Tiende conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 10 | Tiende conferentie Het Schoolvak Nederlands (1997)


Bijdrage: Fictie-onderwijs en basisvorming. Wat vinden docenten ervan en welke doelstellingen streven zij na? (Erik van Schooten & Ron Oostdam)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

FICTIE-ONDERWIJS EN BASISVORMING

Wat vinden docenten ervan
en welke doelstellingen streven zij na?

Erik van Schooten & Ron Oostdam

Voor de basisvorming op Nederlandse scholen voor voortgezet onderwijs zijn kerndoelen geformuleerd die betrekking hebben op het zogenaamde fictie-onderwijs in het schoolvak Nederlands (De Boer, Prak & Wagemans 1993). Met de invoering van het fictie-onderwijs wordt onder andere beoogd de overgang van jeugd- naar volwassenenliteratuur beter te laten verlopen en de leesmotivatie van leerlingen te stimuleren. Dergelijk onderwijs dient zich niet te beperken tot literatuur (romans, geschreven verhalen, dagboeken, gedichten en toneel), maar moet ook aandacht besteden aan lectuur en aan niet-schriftelijke vormen van fictie, waaronder bijvoorbeeld tv-drama, film, cabaret, liedjes en hoorspel (Bonset, De Boer & Ekens 1992).

Vóór de invoering van de basisvorming werd niet aan alle leerlingen in de eerste drie jaar van het voortgezet onderwijs literatuur of fictie-onderwijs gegeven. Scholen die dit onderwijs niet gaven, moeten dus een nieuw curriculum introduceren. Maar ook de scholen die voorheen wel literatuur-onderwijs verzorgden in de eerste drie onderwijsjaren, moeten hun onderwijs wijzigen, zodat het tegemoetkomt aan de doelen van de basisvorming.

In dit artikel worden de resultaten besproken van een onderzoek waarin onder andere is nagegaan wat docenten vinden van dit nieuwe fictie-onderwijs en welke doelstellingen ze belangrijk vinden (zie ook: Van Schooten 1994; Oostdam & Van Schooten 1996; Van Schooten & Oostdam 1997).

1 OPZET VAN HET ONDERZOEK

Gezien de ruime betekenis van de termen fictie en literatuur, is het domein 'fictie' allereerst nader gedefinieerd (zie tabel 1). Daarbij is een onderscheid gemaakt tussen schriftelijke en niet-schriftelijke, en tussen literaire en niet-literaire fictie. Binnen de schriftelijke fictie is het voor het onderwijs belangrijke onderscheid gemaakt tussen lectuur, jeugdliteratuur en volwassenenliteratuur. Bij de lectuur en de niet-schriftelijke vormen van fictie wordt het onderscheid tussen fictie voor de jeugd en voor volwassenen niet gemaakt, omdat het daar gekunsteld aandoet en niet direct relevant is voor het onderwijs. De voorbeelden die gegeven worden, zijn slechts bedoeld als referentiekader bij de

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties