taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Tiende conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 10 | Tiende conferentie Het Schoolvak Nederlands (1997)


Bijdrage: Een wereld vol tekens (Rudi Wuyts)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

EEN WERELD VOL TEKENS   399

3.5 Naar de literatuur

Als leerlingen (en dat kan vanaf de basisschool) een vaardigheid verworven hebben in het omgaan met (niet-literaire) tekens, is de stap naar het literaire gemakkelijk. Dit impliceert absoluut niet dat leerlingen constant moeilijke teksten vol symbolisch taalgebruik aangeboden moeten krijgen. Het betekent dat een literaire tekst, waarin meer dan in een niet-literaire een symbolische laag voorkomt, gemakkelijker als een tekst met tekens gelezen wordt.

De breuk die soms ervaren wordt tussen het literaire lezen en de gewone wereld van de leerlingen, wordt door het aankweken van een 'teken-attitude' veel kleiner. Uit mijn ervaring blijkt dat leerlingen, als ze teken-minded aangepakt worden, wel gemakkelijker aanvaarden dat bijvoorbeeld een eglantierscène in de middeleeuwse literatuur een liefdesscène is, dat stenen in het oeuvre van Harry Mulisch iets specifieks betekenen, dat er fallische symbolen in werken kunnen voorkomen, enz.

4 VAN BOEK NAAR WERELD EN TERUG

Wat ik op die manier bereikt heb, is niet alleen (hopelijk) een ruimere literaire competentie bij mijn leerlingen. Die literaire competentie gebruiken ze echter ook bij het bekijken van een theaterstuk, een film, een videoclip, een reclamefilmpje,... En zo kan de leraar hopen dat de leefwereld van de leerlingen voor hen boeiender wordt omdat ze die vanuit een andere houding hebben leren bekijken en ervaren.

5 EEN ERNSTIGE BEDENKING

Wanneer je als leraar Nederlands vertrekt vanuit de audiovisuele wereld van de leerlingen, vertrek je vanuit een wereld die toch wel anders is dan die van de taalwereld. Wat hierboven beschreven staat, is een poging tot het verbinden van die twee werelden, een poging om via hun eigen wereld te komen tot de wereld van het literaire met een graad van abstractie erbij, een poging om hen te laten reflecteren over ook hun audiovisuele wereld. Maar kan dat eigenlijk wel zo maar?

Misschien wordt daarbij van een te simplistische visie op de audiovisuele wereld vertrokken. Misschien moet de audiovisuele wereld maar beter buiten de les Nederlands gehouden worden. Ik baseer me daarbij op de visie van Lash. Hij onderscheidt een figuratieve en een discursieve sensibiliteit, grosso modo een gevoeligheid voor het beeld en een voor het woord. De twee sensibiliteiten hebben een verschillende kijk op wat belangrijk is bij het 'culturele' object, bij het teken, en zijn niet echt compatibel te noemen.

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties