taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Tiende conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 10 | Tiende conferentie Het Schoolvak Nederlands (1997)


Bijdrage: Werkgroep luister- en spreekvaardigheid West-Vlaanderen (Jan Bonne)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

WERKGROEP LUISTER- EN SPREEKVAARDIGHEID   41

verband met een standpunt, een experiment, lectuur, omgang met een apparaat, een ervaring, enz.;

  •  deelnemen aan een gesprek (discussie, panel, enz.) over een onderwerp dat aangepast is aan leeftijd en belangstelling;

  •  een aan de leeftijd en aan het doel aangepast zelfconcept onder woorden brengen.

In deze halfopen leerplannen vinden we wel wat alleszins nodig is, maar niet welke weg we moeten volgen om na zes jaar tot de einddoelstellingen te komen. We vinden alleen maar didactische principes terug. Wellicht is dit ook niet het doel van de leerplancommissie, laat staan dat dit binnen haar mogelijkheden ligt. De commissie heeft niet de omkadering die bijvoorbeeld een SLO in Nederland heeft.

2.2 De eindtermen

De eindtermen bieden iets meer houvast, omdat ze minder vaag zijn, maar houden na de eerste graad op.

2.3 De schoolboeken

We hebben ook een aantal schoolboeken Nederlands geëxcerpeerd op luisteren en spreken. Hierin vinden we een diversiteit van oefeningen, die nogal dikwijls op hetzelfde patroon terugvallen (tekst laten horen gevolgd door inhoudsvragen); er zit geen echte leerlijn in.

2.4 Het vreemdetalenonderwijs

In Teaching listening comprehension doet Penny Ur afstand van de klassieke oefeningen: een lange tekst wordt al of niet op band beluisterd, waarna er inhoudsvragen of meerkeuzevragen worden beantwoord. Dit is populair als techniek, maar tevens problematisch. Want er is geen vooropgestelde taak, vaak ook geen taakoriëntatie, en dus geen concreet luisterdoel. Er wordt een onnodig en onnatuurlijk beroep op het geheugen gedaan. De oefening bevat als geheel weinig uitdaging en wordt door de leerlingen zelden als interessant ervaren. Bovendien wordt hier geen reële of levensechte situatie gesimuleerd en vormt de oefening ook geen voorbereiding op wat er mogelijk buiten de school aan luistervaardigheid vereist wordt. Want over het algemeen wordt dan een beroep gedaan op leesteksten en valt de redundancy van de spreektaal weg. Buiten een testsituatie lijken dergelijke oefeningen dus weinig zinvol.

De oefeningen die Penny Ur voorstelt, krijgen een context met visuele ondersteuning: afbeeldingen, schema's, enz. Leerlingen leren omgaan met overtollig

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties