taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Conferentiebundels

Bundel 10

Tiende conferentie Het Schoolvak Nederlands
Rita Rymenans & Hugo de Jonghe
1997
410 pagina's

58   fries Callebaut

komt het erop aan kinderen steeds nieuwe situaties talig te leren aanpakken en beheersen." (CRKLO 1989, p. 73) Gek genoeg is die zin niet vet afgedrukt, maar wat mij betreft is dat dè kern van de vernieuwing: taal gebruiken is een situatie talig aanpakken en proberen te beheersen. En dat is heel wat meer dan wat veel leraren tot nu toe dachten: correct luisteren, lezen, spreken en schrijven. Dat is trouwens wat de grote filosoof Wittgenstein waarschijnlijk ook bedoeld heeft toen hij het doel van zijn filosofische zoektocht verlegde van het juiste naar hetgeen in een bepaalde situatie het meest zinnige is. (Als ik het tenminste goed begrepen heb.)

Geleidelijk aan is dan ook in de leerplannen de idee gegroeid dat we taalgebruik zoveel mogelijk in zijn geheel moeten zien. De volgende vraag die we ons dan moeten stellen is, denk ik: wat komt er bij elk taalgebruik kijken? Ook daaraan heeft het leerplan gedacht. Het antwoord van het leerplan is: "Er is altijd iemand die iets zegt, over iets, aan iemand, met een bedoeling, op een manier, in omstandigheden, langs een weg en daarop komt een reactie."

Voor mij geeft dat de essentie van taalgebruik weer. Deze negen factoren spelen bij elk taalgebruik een rol. Het is dus essentieel met die factoren rekening te houden als je taal goed wilt gebruiken en als je een volledig inzicht in concreet taalgebruik wilt hebben. Je kunt dan ook elk taalgebruik (en elke communicatie) bevragen door deze negen vragen te stellen:

1   wie zegt iets?

2 wat zegt hij? wat is dus de boodschap?

3   waarover heeft hij het? over welke werkelijkheid gaat het en wat weet ik daarover? met andere woorden, is de boodschap betrouwbaar?

4 aan wie zegt hij het? (waarvoor ziet de spreker hem aan?)

5 met welke bedoeling?

6 hoe?

7 langs welke weg? AN of dialect? welk register? welke taal? welke tekstsoort? mondeling of schriftelijk? onder vier ogen of via de telefoon? met welke talige en niet-talige middelen? ...

8 in welke omstandigheden?

9   wat is de reactie?

Deze vragen zijn voor mij de kern van nadenken over taalgebruik en dus ook over taalonderwijs. De laatste deelleerplannen, Schrijven en Taalbeschouwing, denken ook in die richting. Ik raad dan ook leraren, en eigenlijk alle mensen aan die negen vragen uit het hoofd te leren zodat ze zelfstandig elke vorm van taalgebruik, en dus ook elke vorm van communicatie, kunnen analyseren als ze dat willen. Ze kunnen die negen vragen ook gebruiken wanneer ze een

© Nederlandse Taalunie, 2000-2009 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties