taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Conferentiebundels

Bundel 10

Tiende conferentie Het Schoolvak Nederlands
Rita Rymenans & Hugo de Jonghe
1997
410 pagina's

60   Ides Callebaut

schillende bedoelingen, verschillende omstandigheden, verschillende registers... en toch raken die kleuters meestal niet het noorden kwijt. Ze slagen er zelfs vaak in de volwassenen te manipuleren in plaats van omgekeerd. Denk dus niet dat het taalmodel aan kinderen van de basisschool niet besteed is omdat ook filologen en communicatiewetenschappers ermee moeten werken. Kunnen werken met die negen vragen is echter nog geen garantie voor succesvolle communicatie. De antwoorden op die vragen zijn immers vaak moeilijk te vinden, ook al zijn ze in een concrete situatie van groot belang.

3 TAALONDERWIJS EN WAT WE WETEN EN DENKEN OVER TAAL EN TAALVERMOGEN

Het nieuwe leerplan baseert zich ook op wat we nu weten over ons taalvermogen. In de Krachtlijnen (CRKLO 1989) ging de commissie er al van uit dat het taalvermogen voor het grootste deel aangeboren is, waardoor de kinderen al een grote taalkundige en communicatieve competentie hebben vooraleer ze op de basisschool komen. Pinker (1995) heeft die stelling sedertdien nog uitgediept en verklaard vanuit de theorieën van Darwin. Dat heeft vrij grote consequenties voor de didactiek: leraren hoeven niet te doen alsof hun sukkels van leerlingen nog alles van hen moeten leren. Ook voor het leerplan heeft dat consequenties, bijvoorbeeld voor het leerplan taalbeschouwing: dat gaat er niet meer van uit dat leerlingen zonder degelijk spraakkunstonderwijs geen goede taal kunnen hebben.

Taalbeschouwing zou, dankzij wat we nu over taal, taalgebruik en taalvermogen weten, een blije wetenschap kunnen zijn, zoals Nietzsche dat waarschijnlijk bedoelde (Pinker 1995; Koenen 1990). Als we met onze leerlingen nadenken over hun taalgebruik en dat van anderen, kunnen we bijna niet anders dan verbaasd staan over de complexiteit van dat taalgebruik (we reageren op een complexe communicatiesituatie en we gebruiken daarvoor onder andere een geweldig ingewikkeld taalsysteem). In plaats van ons voortdurend te ergeren over fouten van leerlingen, zouden we ons dus beter verheugen over de ongelooflijke soepelheid en snelheid waarmee zij en wij taal gebruiken. Vaak komt er dan zelfs nog iets leuks of iets poëtisch uit ook! Om helemáál gelukkig over te zijn.

Er zijn, voor mij en misschien ook voor Wildiers, Wittgenstein en Nietzsche, redenen om ook met het nieuwe leerplan gelukkig te zijn.

© Nederlandse Taalunie, 2000-2009 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties