taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Tiende conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 10 | Tiende conferentie Het Schoolvak Nederlands (1997)


Bijdrage: Lopen we in de juiste richting voor de eindtermen? (Marleen Colpin)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

LOPEN WE IN DE JUISTE RICHTING

VOOR DE EINDTERMEN?

Toetsing van taalvaardigheid in analytisch perspectief:
een leerlingvolgsysteem voor de lagere school
in opbouw

Marleen Colpin

De belangrijkste reden waarom er in het onderwijs wordt getoetst, is om leerlingen te evalueren. Men wil weten wat hun niveau is ten opzichte van de doelstellingen en ten opzichte van andere kinderen van dezelfde leeftijd. Maken ze vorderingen ten opzichte van vorige toetsen? Tegelijkertijd wordt ook het effect van het onderwijs geëvalueerd.

Welke toetsen ga je gebruiken als je onderwijsdoelstelling is 'leerlingen taalvaardig maken, hen leren taal op een goede manier te gebruiken in communicatieve situaties', en je de opbouw daarvan ook wilt volgen? In deze bijdrage gaan we na wat er dan precies moet worden getoetst en hoe dat kan gebeuren.

1 VOORBEELDEN VAN TOETSEN

We bekijken aan de hand van een aantal voorbeelden hoe eindterm 4.2 voor de basisschool kan worden getoetst.

Voor de eindterm 4.2 wordt van de leerlingen verwacht dat zij datgene wat zij willen meedelen of vragen, aan de lezer duidelijk kunnen maken (verwerkingsniveau = beschrijven).

De leerlingen kunnen:

4.2 een oproep, een uitnodiging, een instructie richten aan leeftijdgenoten.

Voorbeeld 1 is een dictee. De leerlingen krijgen in totaal 34 zinnen voorgelezen. Na elke zin wordt één woord herhaald. Dat moeten de leerlingen opschrijven. Dat ze de woorden aangeboden krijgen in zinscontext, kan hen helpen om ze juist te schrijven.

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties