taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Conferentiebundels

Bundel 10

Tiende conferentie Het Schoolvak Nederlands
Rita Rymenans & Hugo de Jonghe
1997
410 pagina's

66   Marleen Colpin

Voorbeeld 4 is weer een creatieve schrijfopdracht.

VOORBEELD 4

Jij woont in Leuven. Volgende zaterdag is er een grote fietstocht in Leuven. Je hebt met je vriend Gert afgesproken dat jullie daaraan gaan meedoen. Gert woont in Gent. Dat is nogal ver weg. Hij komt met de trein naar Leuven. Hij zal zaterdagmorgen om 9 u 45 in het station van Leuven aankomen.

Maar hij kan zaterdagavond na de fietstocht niet meer terug naar huis gaan. Bij jou kan hij ook niet blijven slapen. Hij zal in de jeugdherberg gaan slapen. Dat hebben jullie allemaal al afgesproken.

Jij gaat nu een brief schrijven naar Gert om nog een paar dingen uit te leggen en af te spreken.

Dat zijn de volgende dingen:

  •   Gert moet eerst naar de jeugdherberg gaan om zijn slaapzak en zijn pyjama af te zetten. Die kan hij immers op de fiets niet gebruiken.

  •   Dan moet Gert naar het park gaan om zich in te schrijven voor de fietstocht. Hij kan daar ook een fiets lenen voor de hele dag. Daarvoor moet hij wel zijn identiteitskaart meebrengen.

  •   Vanuit het park moet hij naar de Parkpoort gaan. Daar vertrekt de fietstocht om 11 u 30.

Schrijf nu de brief naar Gert waarin je hem vertelt wat hij moet doen en hoe hij de verschillende plaatsen in Leuven kan bereiken. Om de weg uit te leggen, kun je gebruik maken van het plan van Leuven dat je in een atlas hebt gevonden. De weg is aangeduid met een stippellijn. Maar let wel op: Gert heeft geen plan. Je moet dus heel duidelijk uitleggen hoe hij moet lopen.

[plan is toegevoegd]

Zijn dit goede toetsen bij eindterm 4.2? Om een antwoord te geven op die vraag, brengen we de voorbeeldtoetsen in een aantal categorieën onder.

2 CATEGORIEËN VAN TOETSEN 2.1 Directe en indirecte toetsen

Directe toetsen zijn toetsen waarin je de leerlingen datgene laat doen waarover uitspraken moeten worden gedaan. Een niet-talig voorbeeld daarvan is het rij-

© Nederlandse Taalunie, 2000-2009 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties