taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Conferentiebundels

Bundel 10

Tiende conferentie Het Schoolvak Nederlands
Rita Rymenans & Hugo de Jonghe
1997
410 pagina's

LOPEN WE IN DE JUISTE RICHTING VOOR DE EINDTERMEN ?   71

in lager-onderwijstermen betekent dat: of ze op weg zijn om de eindtermen te halen.

De eindtermen zijn eigenlijk het enige vaststaande, objectieve criterium om te bepalen wat kinderen op een bepaald moment, het einde van het zesde leerjaar, moeten kunnen. In alle andere leerjaren moet er 'in de richting van' de eindtermen onderwezen en dus ook getoetst worden. Daarvoor zijn toetsen nodig die een lager niveau vragen dan dat van de eindtermen, maar het moet telkens wel heel duidelijk zijn waar het naartoe gaat. Bijvoorbeeld: iets laten doen op een lager verwerkingsniveau, of met een makkelijker tekstsoort of voor een bekender publiek (volgens de stappen die in de eindtermen onderscheiden worden), of een combinatie van deze dingen. De toetsen vragen geleidelijk een hoger taalvaardigheidsniveau, tot je uiteindelijk, op het einde van het zesde leerjaar, bij een soort eindtoetsen uitkomt.

We kunnen ook gebruik maken van leerplannen, die de eindtermen toch verder concretiseren, en leerlijnen achter methodes, maar het blijft een feit dat er nergens echt duidelijke grenzen te trekken zijn tussen wat leerlingen op een bepaald moment wel en wat ze niet moeten kunnen. Daarom moeten de toetsen aan normen gerelateerd worden.

4 NORMGERELATEERDE TOETSEN

Normen bepalen gebeurt door middel van een grootschalig onderzoek bij heel veel leerlingen. Op basis daarvan kunnen leerkrachten de toetsresultaten van hun leerlingen vergelijken met wat 'de gemiddelde leerling' op deze toetsen scoort. Er kunnen dus - tenzij voor het einde van het zesde leerjaar - geen absolute uitspraken worden gedaan op basis van de toetsen ede leerling bereikt de doelstelling wel/niet'), maar wel relatieve ede leerling kan iets in die of die mate, in vergelijking met de gemiddelde leerling van zijn leeftijd').

In ons concrete geval werd dat op de volgende wijze gerealiseerd. De dertig toetsen die vorig schooljaar werden ontwikkeld, werden meteen ook een eerste keer afgenomen, elk bij een 500-tal leerlingen. Op basis daarvan werd de betrouwbaarheid berekend. De toetsen werden al dan niet aangepast. Vanaf 1 september 1996 gaan deze toetsen opnieuw naar de scholen, naar nog een grotere groep deze keer, om definitief te worden genormeerd.

De scholen die aan dit normeringsonderzoek meewerken, zijn zorgvuldig gekozen op basis van criteria als:

ligging (provincie, stedelijk/landelijk);

  •  OVB/niet-OVB (OVB = Onderwijsvoorrangsbeleid);

  •  concentratiegraad (hoeveel migrantenkinderen?);

© Nederlandse Taalunie, 2000-2009 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties