taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Conferentiebundels

Bundel 10

Tiende conferentie Het Schoolvak Nederlands
Rita Rymenans & Hugo de Jonghe
1997
410 pagina's

78   Jacques De Maere

verwachtte een andere attitude. Luisteren betekende toen veel meer: stilzitten, uiteenzettingen ondergaan en (zeer receptief) opnemen, eventueel de opdracht feilloos uitvoeren. Maar zeer belangrijk was het.

Nogal wat leerkrachten spreken zich uit tegen taalonderwijs met prioritaire vaardigheidsdoelstellingen en beroepen zich daarbij op het hoger onderwijs, want 'daar zijn andere dingen belangrijk' of 'daar wordt het pas serieus'. Maar juist in die takken van hoger onderwijs waar kennisoverdracht centraal staat, gebeurt die overdracht in hoofdzaak mondeling, en worden hoge eisen aan het luisteren gesteld: de boodschap is immers complex, sterk vakgericht en lang.

2 LUISTEREN: DAT DOE JE GEWOON... DAT MOET JE TOCH NIET LEREN?

Deze vraag komt al heel wat vaker voor. Ze wordt trouwens ook gesteld voor spreken en (in mindere mate) voor andere aspecten van het taalonderwijs, en steunt op de waarneming dat kinderen al op zeer jonge leeftijd vrij adequaat functioneren in een communicatieproces dat grotendeels op luisteren (spreken...) steunt. Anderzijds wordt deze (correcte) vaststelling gerelativeerd door andere ervaringen: de frequentie van de luisteractiviteiten, de klacht dat de mens slecht luistert (en de mening van velen dat hij minder dan ooit tot luisteren bereid is...), de complexiteit van vele te beluisteren teksten, de complexiteit van de nagestreefde luisterdoelstellingen (intensieve luisterdoelstellingen, langetermijnkennis...)

"Goed luisteren en goed spreken zijn in hoge mate een kwestie van technieken, die goed aan te leren en te oefenen zijn" (Leerplan Nederlands van het VVKSO, tweede graad, p. 11). Luisteronderwijs komt dan ook als geroepen...

3 LUISTEREN IS BELANGRIJK... MAAR WE HEBBEN DAARVOOR TOCH VEEL TE WEINIG TIJD?

Dit vrij veel gebruikte, en ongetwijfeld goed bedoelde, argument is eigenlijk een contradictie. Wat echt belangrijk is, komt eerst en meest aan de beurt; het andere wordt gereduceerd of uitgesteld. In feite is de boodschap: `... maar niet zo belangrijk als (literatuur, taalbeschouwing...), die (dus) eerst komen en zeer grondig moeten worden aangeleerd'.

De conclusie uit leerplannen, inspectieverslag, vakdidactiek... is duidelijk: er moet voor de vaardigheidsontwikkeling (i.c. voor luistervaardigheid) voldoende tijd en energie beschikbaar zijn. Anderzijds moet het probleem ook niet worden verdoezeld: het aantal lesuren Nederlands is in de loop der jaren verminderd,

© Nederlandse Taalunie, 2000-2009 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties