taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Tiende conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 10 | Tiende conferentie Het Schoolvak Nederlands (1997)


Bijdrage: Luistervaardigheidsproblemen, luistervaardigheidsoefeningen (Jacques De Maere)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

80   Jacques De Maere

De reflectie op een zo 'natuurlijk' verschijnsel als luisteren is pas later op gang gekomen, en de meningen zijn verschillend. Verschillende moedertaaldidactici hebben geprobeerd het luisterproces te reconstrueren. We vernoemen:

  •   Griffioen & Damsma (1977): registreren van de klanken - registreren van de boodschap - 'opnemen' van de boodschap - responderen - begrijpen;

  •   Daems e.a. (1982): opnemen van de tekst - decoderen van de boodschap - beoordelen van de boodschap - integreren van de boodschap in het reeds gekende kennis op lange termijn).

Verschillende componenten van het luisteren zijn ook apart onderzocht, bijvoorbeeld de tekstlengte, de moeilijkheidsgraad, de motivering van de luisteraar, het verloop van de concentratie (eerst dacht men dat die geleidelijk afnam, nu denkt men dat ze meer in golven verloopt).

De belangrijkste discussie van de laatste jaren plaatst (voor luisteren en lezen) een bottom up- en een top down-visie tegenover elkaar. Rudimentair samengevat komen de standpunten hierop neer:

  •   bottom up: luisteren wordt 'van onderuit' opgebouwd. De luisteraar voegt losse elementen (klanken, woorden...) samen tot een zinvol geheel (data-gestuurd);

top down: luisteren wordt 'van bovenuit' gestuurd. De luisteraar anticipeert, bedient zich van ingebouwde structuren, hypothesen, verwachtingen, voorkennis, en past die toe op het beluisterde (kennisgestuurd).

Luisteren is een schijnbaar eenvoudige en spontane, maar in feite complexe activiteit. De verschillende opvattingen erover kunnen leiden tot verschillende tekstkeuzes (bijvoorbeeld verschil in lengte, verschil in spanningsboog), verschil in oefenvormen, verschil in aangeboden voorkennis... In de modellen die ik voor elke graad heb ontwikkeld, heb ik geprobeerd verschillende visies te verwerken, zonder nog terug te komen op de concepten.

5 WAAR GAAT HET OM BIJ LUISTEREN (LUISTERDOELSTELLINGEN)?

Het gaat hierbij essentieel om de ontvangerdoelstellingen. Die kunnen grondig verschillen van de doelstellingen van de zender: een verkiezingstoespraak kan worden beluisterd door politieke tegenstanders, die er de zwakke punten uit willen halen. Men kan luisteren om zeer verschillende redenen; zeer dikwijls zullen die redenen door elkaar heen lopen, of het resultaat zal niet aan de doelstellingen beantwoorden. Zeker in een onderwijscontext zal de leerling niet altijd de hem opgelegde doelstelling nastreven of bereiken.

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties