Vertellen
Niet zomaar een verhaal maar wel een griezelverhaal
Angst is zoals een vuurtje. De mens speelt er graag mee... maar hij blijft liefst op afstand. Griezelen is het afreageren van je angst. Het is zelfs prettig. Met genotvolle rillingen kun je genieten van een spookverhaal, een stukje vampirisme, magie, occultisme, horror of voor de toekomstmensen onder ons: een spetterende SF-story.
1. De inleiding van een kort griezelverhaal
De beste manier om zich van een dodelijke beklemming te bevrijden is een vertelling, een spel, maar dan wel een akelig spel. Dat spel speel je bij een haardvuur in november of onder je donsdeken na een beklemmende laat-avond-film. Aan zo'n verhaal begin je niet zomaar. In de bibliotheek brengen grootmeesters als A.Conan Doyle, T.L. Peacock, Oscar Wilde, Robert Bloch, John Flanders, Edgar Allen Poe en Roald Dahl je in de sfeer.
Begin er nu zelf aan. Schrijf je angst uit, schrijf je angst weg!... De introductie van 'Een akelige opdracht' kan je op weg helpen. Het verhaal speelt zich af in het 'nu'. Hoe weet je dat zeker? De postkoets met de paarden doet ons echter denken aan 'toen'.
DE GAMMELE POSTKOETS met de twee schichtige paarden ervoor en de oude koetsier op de hok snelde door de nevelige herfstnacht. Het vroor en een gure noordooster deed de ontbladerde pijnboomtakken afknappen. In de verte klonk het gejammer van een in doodsnood kermend wolfsjong en voor de paardenbenen schoot een vreemd soort viervoeter grommend en blazend over het halfduistere bospad. Het door de nevel gefilterde maanlicht bescheen zijn pokdalige gezicht en deed dit vaalgroen oplichten. Ongeveer halverwege tussen zijn te ver uiteenstaande ogen ontsprong een formidabele neus, die tot over zijn bovenlip reikte. Het leek of zijn onsierlijke gelaat ooit door een brute blikseminslag volledig was onthaard. Dit was inderdaad het geval geweest.
In een onverstaanbaar dialect blafte hij de hengsten toe, maar die weigerden in beweging te komen, hoe gemeen ze ook afgeranseld werden. Navloekend hinkte de koetsier op het passagierscompartiment toe. Hij opende de deur, mompelde iets onaangenaams en hielp ten slotte een wonderbaarlijk knap meisje uitstappen.
'Gossie, zijn we d 'r eindelijk, haas?' vroeg Melissa, want zo heette het door een uitzendbureau naar een nieuwe werkgever gezonden meisje.
'Grak grak horm', sprak de koetsier ontkennend. Hij klom weer op de bok om de met koper beslagen kist die zich daar bevond eraf te tillen. Weer hijgend op de grond beland, hees hij het gevaarte op zijn schouder.
'Hork horrelwop', sprak hij uitnodigend tot Melissa en wenkte haar hem te volgen, de nevel in.
'Zeg es, baas, u weet de weg toch wel?' vroeg Melissa argwanend.
'Rokkol hor', antwoordde de koetsier kortaf omdat hij geen tegenspraak duldde.
'0 juist', sprak Melissa.
Nadat ze geruime tijd gelopen hadden, ontwaarden ze in de verte de contouren van een bouwvallige steenklomp, die eens een grafelijk slot was geweest.
1.1 Wie zijn de personages? Zijn het hoofdpersonages? Zouden er later nog andere figuren
opduiken in dat verhaal? Is de koetsier een echte griezel? Past Melissa in deze vertelling?
1.2 Waar speelt het verhaal zich af? (gammele postkoets, halfduister bospad, bouwvallige
steenklomp, grafelijk slot).
1.3 Wanneer speelt het griezelverhaal zich af? (nevelige herfstnacht). Sluit de suggestie van het verleden goed aan bij de sfeer van een griezeltekst?
1.4 Mag je in een griezelverhaal spelen met de tijd?
1.5 Waar gaat het toen-verhaal het nu-verhaal ontmoeten?
1.6 Welke functie heeft het decor? (plaats, weersomstandigheden, tijdstip, geluiden).
11