De volgende ochtend trachtte de zon de dauw te verdrijven. De koetsier zeulde met een loodzware last door het woud. Bij een sinds mensenheugenis door oppassende lieden gemeden kerkhof hield hij halt. Hij wierp zijn vracht neer en ontdeed die van het omhullende laken. Op de grond lag nu het ontzielde lichaam van een oude vrouw, die, aan de rimpels te zien, een jaar of 90 oud moest zijn. Ze droeg de jurk van Melissa...
Met een roestige spade groef de koetsier een niet gering gat in de weerbarstige aarde en rolde het in het weinige zonlicht snel ontbindende lijk erin.
Na een aansterkende teug uit een flacon met zeer sterke drank, begaf hij zich naar waar de koets met paarden hem wachtte. Wederom ging het in de richting van de stad, waar bij het uitzendbureau een nieuwe bloedbruid voor de graaf besteld was. Terwijl hij flink opschoot en door de nevel snelde, overviel hem een akelige hoestbui, waarbij hem de laatste rotte kiezen uit de mond vielen.
`Borgel mokkelpor', riep hij oneerbiedig en voor de zoveelste keer betreurde hij het dat hij geen eerzaam vak had geleerd.
3.1 Had je dit slot verwacht?
3.2 Zou jij dat verhaal op een andere manier afgesloten hebben? Welke?
3.3 Heeft de schrijver naar een climax toe gewerkt en heeft hij je laten griezelen tot het eind? Welke griezelelementen gebruikt hij? Houd ook rekening met de gevoelsgeladen taal, (loodzware last, een gemeden kerkhof een roestige spade, de weerbarstige aarde, zeer sterke drank, een bloedbruid, een akelige hoestbui, rotte kiezen).
3.4 Wat heeft de auteur het meest gebruikt: dialoog of gewone tekst?
3.5 Een titel moet bondig zijn, maar hij mag toch drie aspecten bevatten: het thema, een deelgebied van dat thema en het standpunt van de schrijver. Herken je deze aspecten in de titel van het verhaal?
3.6 Welke titel zou jij gekozen hebben nadat je het griezelverhaal uitgeschreven had?
Onthoud
-
Het slot moet verrassend zijn.
-
De titel moet kort en onvoorspelbaar zijn.
-
De titel bedenk je pas als je verhaal uitgeschreven is.
-
De eindopdracht
Schrijf een griezelverhaal van ongeveer 30 á 40 regels. Maak het niet te lang! Schrijven is schrappen! De inleiding en het slot mogen een 10-tal regels bedragen.
4.1 Het eigenlijk verhaal moet opgebouwd zijn uit enkele spannende gebeurtenissen die goed samenhangen. Let op het gebruik van bindwoorden, tekstmarkeerders!
4.2 Schep originele, niet-realistische personages.
4.3 Hou rekening met bovenstaande griezelelementen.
4.4 Laat het decor op je fantasie en je emoties inwerken.
4.5 Bedenk een originele titel voor je griezelverhaal als het verhaal af is.
4.6 Maak een voorbereidend schema in je werkschrift.
4.7 Tik je verhaal uit op je pc. Print het uit en laat het aan een paar klasgenoten lezen. Goedmoedige kritiek is opbouwend!
4.8 Als je een tekenprogramma hebt, kun je met je computer illustraties maken.
4.9 Vraag aan je leerkracht of jullie de griezelverhalen mogen bundelen. Een zwart lint doet wonderen. Ik Zie jullie klassegriezelboek al je klasse-bibliotheek 'onveilig' maken! Veel rilgenot!
Wat heb je geleerd?
Waarop je moet letten als je een griezelverhaal schrijft.
13