Taalleerders zijn er bij gebaat om een woord als best 'in collocatie te leren', dus als onderdeel van flarden of brokjes (doel) taal, waarin het voorkomt. Dat zorgt er niet alleen voor, dat de betekenis van zo'n woord duidelijk wordt, maar ook dat men direct weet, hoe het gebruikt wordt en men dus het zelf construeren van totaal misplaatste uitdrukkingen kan vergeten. Dit helpt voorkomen, dat men bijvoorbeeld zegt: Die man is steendoof, of zo doof als een deurpost (Engels) of zo doof als een bus (Frans). Of dat Amerikaanse piloten op de vraag, wat ze zaterdagavonds doen, antwoorden met: We gaan eerste een teefje zoeken en dan ...'
Ernstiger is het, als we moeten zeggen: 'Ja, het is op zich niet fout, maar het klinkt niet!'. Neem als voorbeeld een uitspraak over de laatste verjaardag (..) van' een 80-jarige dame, waar bedoeld was 'de verjaardag ...' resp. 'de vorige verjaardag' van de bejaarde in kwestie. De (Amerikaanse) spreekster was construerend bezig, en wel met een vertaling van 'last' in een Nederlandse structuur. Ze realiseerde zich kennelijk niet, wat ze daarmee in dit geval impliceerde! Het gezelschap, waarin ze zat echter wel: dat begon een beetje te lachen, wat voor de spreekster niet echt leuk was.
Collega's herkennen dit soort kleine foutjes onmiddellijk en zijn zich dus bewust van dit probleem; nochtans blijven ze bereid, een woord als best eerst aan te bieden als onderdeel van de serie goed-beter-best, 'omdat de leerlingen daar nou eenmaal naar vragen', 'omdat iedere taalleerder behoefte heeft aan grammatica' etc.
Als ze vervolgens in het kader van 'grammatica-oefeningen' en geheel te goeder trouw nog zeggen: 'Ga nu maar telkens drie zinnetjes maken met goed/goede, beter/beter en best/beste, in totaal dus negen.', dan brengen ze iets op gang, dat wel eens zou kunnen resulteren in `... op zich niet foute, maar het klinkt niet...' -constructen! Nogal logisch, want die broodnodige collocaties en idiomatische wendingen kun je niet maken, die moet je nog weten of alsnog opzoeken.
Diepte van verwerking houdt niet alleen in, dat woorden aangeboden en verwerkt worden in zoveel mogelijk taalflarden (zodat ze direct te gebruiken zijn), maar ook dat de cultuurgebonden betekenis duidelijk wordt (wat bij vertalen teloor gaat). Dit gebeurt niet alleen met onze receptief-handelingspsychologische oefentypologie, maar ook door de cursisten een specifiek bewustzijn aan te leren via de reflectie op (ver)taalverschijnselen.
Veel beter is daarom, als het zover is, te zeggen:
-
Kijk eens naar bijvoorbeeld 'Good luck' versus `(Op) goed geluk'. Het zijn niet elkaars equivalenten! Het eerste kun je misschien nog wel kort afdoen" maar het tweede levert minstens zes mogelijkheden" op! Je kunt dus een heleboel niet woord-voor-woord vertalen. En je hebt meer aan kant-en-klare gebruiksvoorbeelden. Pas deze wetenschap nu toe op best. Doe dit als volgt.
-
Schrijf dus eerst zelf zinnetjes met goed, beter of best op, die je je herinnert van afgelopen lessen.
14
met 'De mazzel' of 'Veel geluk, hè!
15 on the off-chance, hoping for the best, at random, at a venture, haphazardly, on spec corresponderend met op de bonnefooi, in het wilde weg, lukraak.
159