taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Conferentiebundels

Bundel 11

Elfde conferentie Het Schoolvak Nederlands
P.M. Nieuwenhuijsen
1998
210 pagina's

Lezen lukt soms maar moeizaam

FRIED VAN BEEK

  1. Inleiding

Lezen is kennisneming van een mededeling, die een ander, met behulp van afgesproken, meestal cultuur-historisch bepaalde, tekens heeft opgeschreven. Voor de vaardigheid lezen heeft de mens een aangeboren vermogen, maar de activiteit lezen is wel gebonden aan voorwaarden vooraf. Met andere woorden, ondanks het aangeboren vermogen om te kunnen lezen, wordt niet automatisch het lezen gegenereerd.

Mijn bijdrage gaat over een fase in het leesproces, die op een bepaald moment heel essentieel is voor de voortgang van dat leesproces. Een soort noodzakelijkheid dus, nl. de fase van het automatiseren. Toch heb ik in de literatuur over deze fase weinig kunnen vinden. Enerzijds begrijpelijk, want het automatiseren van een vaardigheid is een zeer persoonsgebonden aangelegenheid, anderzijds toch belangrijk, omdat, zeker in het kader van WSNS, leerlingen die een vertraging hebben in het leesproces eigenlijk niet opvallen, en in grote klassen waarschijnlijk nog minder.

Door mijn werk in het Lom-onderwijs en door het observeren van het taal-denkvermogen' is deze fase voor mij steeds actueler geworden. In de twintig jaar dat ik ermee ben bezig geweest, en door de hulpverlening die ik gaf, kreeg ik niet alleen meer grip op dit leerprocesprobleem, maar werd ook de leerling die er last van had, herkenbaarder.

  1. Het lees-leerproces

In de literatuur wordt het lees-leerproces globaal verdeeld in de fase aanvankelijk lezen en de fase voortgezet lezen. De doelstellingen in de fase aanvankelijk lezen zijn vooral gericht op het vertrouwd raken met en het kunnen hanteren van het codesysteem van de geschreven taal. De doelstellingen in de fase voortgezet lezen zijn vooral gericht op wat er achter de gedrukte of geschreven tekens ligt.'

Hoewel in de leesmethodes dit onderscheid ook gemaakt wordt, zullen in de praktijk de doelstellingen uit beide fasen elkaar dikwijls overlappen, dan wel elkaar aanvullen, dan wel elkaar ondersteunen. De belangrijkste factor in het lees-leerproces is het kunnen koppelen van wat waargenomen wordt, c.q. wat verwoord wordt, aan iets wat bekend en vertrouwd is. Dit impliceert dan ook, dat het lees-leerproces gebaat is met het gebruik van woorden, die reeds tot de actieve woordenschat behoren.

In een van mijn leesobservaties kwam een leerling niet uit het woordje hark. De letters werden gespeld en er ontstond zoiets als h..a..r..k, maar het klonk niet overtuigend. Toen ik vroeg wat hark betekende, kon zij dan ook geen antwoord geven. Nadat ik het uitgelegd had, reageerde ze met: 0, u bedoelt een griezel. Ja, die ken ik wel. Toen ik dit later aan een collega vertelde, zei hij: Dat klopt, hier wordt heel veel griezelen gezegd als ze gaan harken.

Een tweede factor, die in het lees-leerproces belangrijk is, is het ontwikkelen van leesstrategieën.

18

© Nederlandse Taalunie, 2000-2009 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties