taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Elfde conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 11 | Elfde conferentie Het Schoolvak Nederlands (1998)


Bijdrage: De begrensde blik en het grenzeloze boek, de Nederlandse literatuur en haar context (Hans van Stralen)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

traditie geweld aangedaan wordt. Daarnaast zien we bijvoorbeeld dat het postmodernisme als culturele stroming rond 1960 via de Verenigde Staten als het ware naar Europa geïmporteerd wordt, hetgeen eens te meer benadrukt hoezeer de Amerikaanse literatuur zich van haar Europese bronnen heeft losgemaakt.

Overigens is het waar dat mijn omschrijving van Europese literatuur feitelijk slechts op de Westeuropese literatuur van toepassing is. Niettemin denk ik dat het in de nabije toekomst op de middelbare school helaas vooral om de waardevolle werken uit dit beperkte gebied van Europa zal draaien. Ik zie vooralsnog geen tekenen die er op wijzen dat de leerling ook vertrouwd gemaakt zal worden met de literatuur uit Polen, Albanië en de voormalige Sovjet-Unie. Centraal in het toekomstige onderwijs zal waarschijnlijk vooral de literatuur uit de Europese gemeenschap staan, niet het literaire werk uit het Europa als staatkundig fenomeen.

Nu we een beeld van de Europese literatuur hebben gekregen, is het zaak na te gaan op welk moment in de literatuurgeschiedenis dit verschijnsel begint te ontstaan. Velen zien de Renaissance als het ideale beginpunt, omdat op dat moment de bronnen waar ik zojuist over sprak intensief bestudeerd en verwerkt werden. Maar mijns inziens was er in de zestiende en zeventiende eeuw nog zeker geen sprake van een brede Europese beweging. De culturele elite onderhield contacten met elkaar, maar van een algemeen besef inwoner van Europa te zijn kan men nog niet spreken. Dat wordt veeleer rond 1800 werkelijkheid, dat wil zeggen ten tijde van de romantiek. Op dat moment is er sprake van een veel bredere uitwisseling van de verschillende culturen en wat belangrijker is: de klok van de literatuurgeschiedenis in Europa gaat vanaf 1800 min of meer parallel lopen. Ik bedoel hiermee dat in West-Europa de stromingen in de afzonderlijke landen zich binnen dezelfde tijdvakken gaan manifesteren, men denke aan het naturalisme, symbolisme, de historische avant-garde, het modernisme en het existentialisme. Naarmate de communicatiemiddelen verbeterden werd deze synchroniciteit intensiever. Natuurlijk heeft elk land zijn eigen invulling van een specifieke stroming. Het kan ook zijn dat een bepaalde natie frequenter teksten produceert die binnen de code van zo'n stroming passen dan andere. Feit blijft dat vanaf 1800 diverse Europese auteurs teksten schreven die zich goed met de contemporaine literatuur uit de buurlanden laten vergelijken.

Dan nu iets over de literatuurgeschiedenis. Tegenwoordig werkt men in de literatuurwetenschap veel met begrippen als 'conventie' en 'constructie' om dit complexe verschijnsel beter te kunnen benaderen. Gesteld wordt dat bepaalde conventies, dat wil zeggen al dan niet expliciete afspraken tussen álle deelnemers aan een literaire gemeenschap - lezers, schrijvers, uitgevers, recensenten en dergelijke - binnen een specifiek tijdvak domineren. Deze conventies dienen achterhaald te worden, omdat ze de ware aard van een te onderzoeken tijdvak representeren. Zo kan men stellen dat in het symbolisme poëzie het dominante genre was en dat de auteur zichzelf beschouwde als een ziener die relaties dient te leggen tussen de aardse werkelijkheid en esthetische domeinen. In het modernisme worden deze conventies ingrijpend gewijzigd en zien we dat het essay en de roman de dominante literaire genres worden en dat de schrijver zichzelf niet langer als een ziener, maar als een onthecht en intellectueel observator wenst te profileren. Via het vaststellen van de dominante conventies binnen een bepaalde periode wordt het mogelijk om een tijdvak te coderen en ten slotte af te bakenen van andere periodes. De literatuurgeschiedenis ziet men tegenwoordig veelal als een afwisseling van conventies. Dit inzicht maakt het mogelijk hoofd- en bijzaken te scheiden. We kunnen bijvoorbeeld tegenwoordig concreet vaststellen dat in Reves werk romantische conventies

189

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties