taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Conferentiebundels

Bundel 11

Elfde conferentie Het Schoolvak Nederlands
P.M. Nieuwenhuijsen
1998
210 pagina's

karakterisering is het automatiseren als fase in het lees-leerproces in feite aangegeven. Maar,als het automatiseren een noodzakelijke voorwaarde is, en ik heb leerlingen, waarbij dit gedeelte van het leerproces niet of niet voldoende op gang is gekomen, dan zal ik ze daarbij toch moeten kunnen helpen. Het probleem is echter, dat de leerling dat automatiseren in feite zelf moet doen. Het is namelijk zijn/haar vaardigheid, die geautomatiseerd moet worden.

Door deze zeer persoonlijk getinte hulpvraag heb ik mijn hulpverlening een bepaalde richting uit moeten sturen. Ik heb gekozen om de leerlingen als het ware te gaan coachen, of, zoals ik zelf graag zeg: ik moet ze helpen meer op dreef te komen. Hierbij ga ik ervan uit, dat

- het automatiseren wél mogelijk wordt,

- wanneer ik hun denkproces van tijd tot tijd zó kan bijsturen,

- dat ze tot de ontdekking komen, dat ze met minder energie hetzelfde kunnen bereiken. In dit coachingsmodel speelt enerzijds de persoonlijke ervaring een belangrijke rol, waardoor de intrinsieke motivatie een extra stimulans krijgt, anderzijds een herkenbare structuur, die gebaseerd is op mijn vaste structuur.

In het vervolg wil ik aangeven, welke kenmerken bij de leerlingen mij in de loop van de jaren zijn opgevallen. Verder wil ik in het kort vertellen, hoe ik structuren voor deze leerlingen herkenbaar heb gemaakt.

4. De leerling en de hulpverlening

Bij leerlingen bij wie het automatiseren stagneert, vielen mij een aantal zaken op denkniveau steeds weer op. Deze heb ik deels kunnen traceren door de leerlingen te observeren, deels door mijn hulpverlening er (intuïtief) op af te stemmen. Het waren:

  1. Moeite hebben met distinctief denken.'

  2. Weinig gebruik maken van structuren.

  3. Halsstarrig vasthouden aan eigen oplossingsmethoden.

  4. Geen lering kunnen trekken uit gemaakte fouten.

Sinds het schooljaar 1979-1980 ben ik me intensiever gaan bezighouden met de hulpverlening bij het lezen. Maar wat achteraf het coachingsmodel is geworden, stond eigenlijk al gedeeltelijk in de steigers, want vanaf het schooljaar 1976-1977 had ik al iets in die richting gedaan met het rekenen. Door deze hulpverlening op twee fronten - waarvan ik de samenhang van tevoren niet heb kunnen voorzien - kreeg ik belangrijke puzzelstukken in handen , die veel verduidelijkten.

De ideeën voor de hulpverlening zijn vooral ontstaan tijdens en via de hulpverlening. Maar wat voor mij duidelijk gestructureerd en voor de leerlingen herkenbaar en ondersteunend was, was voor een 'buitenstaander' niet altijd direct te volgen. Om datgene wat ik in de loop van de jaren gedaan heb toch duidelijk te maken, zal ik de hulpverlening in items opsplitsen; items, die ieder afzonderlijk belangrijk zijn geweest bij het coachen van het automatiseringsproces. Door te switchen tussen de hulpverleningsvormen, waar ik zelf veelvuldig gebruik van maak krijgt de hulpverlening voor de leerling steeds meer samenhang; maar dit switchen is moeilijker in woorden te vangen.

5. Distinctief denken

In de fonologie wordt de term 'distinctief gebruikt in samenhang met eigenschappen van de spraakklanken van woorden. Distinctieve eigenschappen zijn dan eigenschappen, die zo

20

© Nederlandse Taalunie, 2000-2009 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties