taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Conferentiebundels

Bundel 11

Elfde conferentie Het Schoolvak Nederlands
P.M. Nieuwenhuijsen
1998
210 pagina's

wezenlijk zijn, dat bij minimale verandering totaal andere woorden gevormd worden.

De /p/, /t/ en /k/ wijken slechts van elkaar af door de plaats van afsluiting, de zgn. articuleerplaats: bij de /p/ wordt de afsluiting gevormd door de lippen; bij de /t/ wordt de afsluiting gevormd door het puntje van de tong; bij de /k/ wordt de afsluiting gevormd door de rug van de tong. Worden de /p/, h/ en /k/ als begin-consonant verbonden met de klankgroep /aart/, dan ontstaan ondanks de minimale verschillen compleet verschillende woorden (paard, taart, kaart).

Bij distinctief denken gaat het niet over spraakklanken, maar wel over minimale, maar toch heel essentiële verschillen en niet-verschillen. Bij het rekenen is dit heel duidelijk aan te geven: het teken + en het teken - behoren bij twee totaal verschillende denkstijlen, terwijl het teken maar minimaal verschilt.

Bij het lezen wordt vooral op woordniveau veelvuldig gebruik gemaakt van het distinctief denken. Bij de visuele waarneming van woorden nemen we op de eerste plaats gehelen waar (vergelijk de Gestaltpsychologie: bij de visuele waarneming gaat het geheel voor de delen)' Het zien van essentiële onderdelen en/of letters bepalen uiteindelijk de kwaliteit van de waarneming, en daarmee het verwoorden van wat waargenomen wordt.

bijv. haantje ; ongemak ; schroom .

Distinctief denken is (derhalve): de vaardigheid in het herkennen en gebruik maken van essentiële verschillen en niet-verschillen. Bij het lezen heeft het herkennen vooral betrekkening op het zien.

6. Woordstructuur

Ervan uitgaand dat er bij lezen op de eerste plaats sprake is van een waarneming (visuele input), zijn woorden te beschouwen als constructies met behulp van letters. Dat woorden ook constructies zijn met behulp van klanken, wordt hier nu buiten beschouwing gelaten (orale input). Door leerlingen te laten ervaren dat woorden constructies zijn, kan het distinctief denken gecoacht worden. Er zijn twee niveaus te onderscheiden: a. woorden met één lettergreep; b. woorden met twee of meer lettergrepen.

  1. De woorden van één lettergreep bestaan uit een inhoud (de klinker) en de verpakking (de medeklinkers). Bijv. het woord stoel: de inhoud van deze constructie is de oe, de verpakking bestaat uit st (2 laagjes) en 1 (1 laagje). Ik kan de inhoud ook anders verpakken, bijv. stoet, stoer, stoep, koel, boel, doel, stroef. Ik kan de inhoud veranderen, bijv. stal, stijl, staal, stol, steel, stel. Ik kan de verpakking én de inhoud veranderen, bijv. staat, stuur, stap, keel, bijl. dal, streef (Ervaring: vooral klassikaal wordt er meteen gewerkt op denkniveau; willen zoeken naar nog meer mogelijkheden, luisteren naar elkaars vondsten.) (Opmerking: ik houd voor mezelf wel mogelijkheden achter de hand, maar de vondsten van leerlingen doen het altijd beter.)

  2. Woorden van twee of meer lettergrepen. Bij het vinden van de lettergrepen geldt als vuistregel: spreek het woord uit, dan hoor je de lettergrepen. Voor leerlingen met leesproblemen is dit inconsequent: een visueel probleem met met een orale oplossing verhelpen. Lettergrepen zijn echter ook zichtbaar te maken: het aantal klinkers van een woord bepaalt het aantal lettergrepen. Een meerlettergrepig woord heeft dus meerdere inhouden (kernen). Bijvoorbeeld: lampenkap heeft drie klinkers, dus er zijn ook drie lettergrepen. (Als begeleiding zijn de klinkers die in het Nederlands gebruikt worden, in een schema weer te geven) Andere voorbeelden: speeltuin,

21

© Nederlandse Taalunie, 2000-2009 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties