taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Conferentiebundels

Bundel 11

Elfde conferentie Het Schoolvak Nederlands
P.M. Nieuwenhuijsen
1998
210 pagina's

Met stereo-lezen wordt bedoeld: van twee kanten. De term is namelijk zo bij de leerlingen bekend. Het leren gebruik maken van stereo-lezen vraagt wel om begeleiding. De leerling moet namelijk het nut en het gemak ervan ontdekken. In de voorbereidende fase geef ik bij het oefenen (lezen) van woorden een tip, een aanwijzing.

boterbloem: zie je het stukje bloem? opgepakt: zie je het stukje ge?

De ervaring leert, dat men er uiteindelijk wel gebruik van gaat maken, maar dat stereo-lezen als aanwijzing lang nodig is.

9. Hulpverlening automatiseren technisch lezen

Mijn uitgangspunt is geweest, dat bij sommige leerlingen het lees-leerproces stagneert, omdat de noodzakelijke automatisering niet goed verloopt. Het oefenen van de vaardigheid lezen levert echter te weinig rendement op. De progressie is verhoudingsgewijs te gering en daardoor komt de intrinsieke motivatie onder druk te staan.

Om leerlingen te leren efficiënter waar te nemen, heb ik woordenlijsten gemaakt. De reeks bestaat uit vijf lijsten, opklimmend in woordvariatiemogelijkheden. Iedere lijst bevat 60 woorden. Elk woord verschilt op één plaats van zijn voorganger. Later zijn er ook mogelijkheden om op meerdere plaatsen te variëren. Het verschil kan de klinker betreffen of de medeklinker(s). De bedoeling is, dat de leerling leert kijken naar verschillen en niet-verschillen.

De 60 woorden worden op drie verschillende manieren aangeboden:

  1. In rijen van tien onder elkaar. De verschillen en niet-verschillen zijn zo heel direct zichtbaar.

  2. In rijen van tien onder elkaar, waarbij de woorden steeds verspringen. Omdat de woorden bekend zijn, kan nu een groter appel gedaan worden op de oogbeweging.

  3. In rijen van tien naast elkaar. Er wordt nu uitgegaan van de normale leessituatie.

Op blad 1 worden woorden aangeboden van het type: mk - k - mk.

Op blad 2 worden woorden aangeboden van het type: mk - mk - k - mk. Op blad 3 worden woorden aangeboden van het type: mk - k - mk - mk.

Op blad 4 worden woorden aangeboden van het type: mk - mk - k - mk - mk.

Op blad 5 worden woorden aangeboden van het type: (mk)(mk)mk - k - mk(mk)(mk)

Gebleken is, dat het helpen van leerlingen met deze lijsten effect had, zowel wat betreft de intrinsieke motivatie, als wat betreft de vaardigheid. De controle was heel eenvoudig en direct: nl. het (kunnen) lezen van de ondertiteling van de tv. Waardoor deze lijsten effectief waren, heb ik niet verder onderzocht. Evenmin ben ik met behulp van een voor- en een na-meting nagegaan in welke mate er hier van effect sprake was.

10. Ondersteuning

Omdat de leerling zichzelf niet (voldoende) vertrouwt, heeft hij/zij duidelijk behoefte aan directe ondersteuning. Omdat het onmogelijk is altijd persoonlijke ondersteuning te geven, maak ik gebruik van gestructureerde en voor de leerling direct opvraagbare hulpmiddelen. (bordschema's, hulpkaarten e.d.)

De hulpmiddelen zijn zo opgezet, dat ze ook de stap naar verinnerlijking vergemakkelijken. Voor het lezen zijn dit:

-een schema waarin alle klinkers die in het Nederlands gebruikt worden, staan,

23

© Nederlandse Taalunie, 2000-2009 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties