onderwijs, zo'n vakcurriculum mag er best wel komen'.4
Naast eenstemmigheid over de status en de functie (niet voorschrijvend, wel inspirerend ) waren er verschillen in opvattingen over wat dat leerplan zou moeten omvatten, en over de wijze van ontwikkelen. Er werd gevraagd om eindtermen, om aansluiting bij de stage, om startbekwaamheden, en om enkele hapklare brokken. Er was een inleider die een leerplan wenselijk vond, maar betwijfelde of het afgeleid moest worden van het beroepsprofiel. Een andere inleider vond het nog veel te vroeg voor een vakleerplan voor Nederlands: eerst moet de vakdidactiek verder ontwikkeld worden, want die gaat nauwelijks vooruit.
Oriëntatie
Op 1 januari 1996 ging het project 'Vakcurriculum Nederlands op de Pabo' van start. De projectgroep bestond aanvankelijk uit vijf personen, later waren het er vier. Ieder van die projectleden is voor een beperkte weektaak aan het project verbonden. We slaagden erin, in de projectbezetting drie docenten Nederlands van Pabo's op te nemen, opdat inbreng uit en contact met het veld gewaarborgd zou zijn.
We meenden er goed aan te doen, ons breed te oriënteren op het gebied van Nederlands op de Pabo. Dat betekende dat we ons op de hoogte wilden stellen van opvattingen en van de praktijk, maar ook dat we een structurele uitwisseling met Pabo-docenten Nederlands tot stand wilden brengen. Die inhoudelijke oriëntatie hield in dat we via de zo genoemde Delphi-procedure meningen wilden verzamelen en een discussie op gang wilden brengen over opvattingen over Nederlands op de Pabo. Die procedure houdt in dat aan een groep deskundigen gevraagd wordt, uitspraken te doen over een bepaald onderwerp. Die uitspraken dienen daarna als 'brandstof' voor discussie in een grotere groep mensen.
We interviewden in dat kader een aantal personen die op dit gebied bekendheid genoten door publicaties of anderszins. Hun uitingen werden door ons samengevat tot stellingen, die we aan een grote groep Pabo-neerlandici voorlegden. Parallel aan deze activiteit stuurden we alle vaksecties Nederlands van de Pabo's een vragenlijst waarmee we een aantal feitelijke gegevens in kaart wilden brengen: titels van leerboeken, studielast, modulen en dergelijke. De resultaten van beide onderzoekje zijn o.a. meegedeeld in een van onze Nieuwsbrieven.
Samenwerking, uitwisseling
De structurele samenwerking en uitwisseling streven we op vier manieren na.
■Netwerken NT2 en NT1
We hebben direct aansluiting gezocht bij een netwerk van Pabo-docenten NT2, het zo genoemde `netwerk NT2'. Die groep is een aantal jaren geleden gevormd door de projectgroep NT2, en omvat een groot deel van de docenten die Nederlands als tweede taal verzorgen op Pabo's. In die groep bespraken we onze eerste opzet voor het project. Het contact met deze groep was voor ons uitermate belangrijk om minstens twee redenen. Allereerst omdat dit netwerk de eerste en tot voor kort enige spreekbuis van docenten Nederlands aan Pabo' s was. Ten tweede omdat we in deze groep merkten dat er enig wantrouwen bestond t.a.v. het te ontwikkelen leerplan. Het moest niet bindend en voorschrijvend zijn! De wens die op de VON-conferentie in mei '95 was geuit werd (terecht) herhaald. Die scepsis bestond natuurlijk niet alleen in die geleding. Het was voor
4 Van der Laan en Van der Leeuw, p. 186.
27