taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Conferentiebundels

Bundel 11

Elfde conferentie Het Schoolvak Nederlands
P.M. Nieuwenhuijsen
1998
210 pagina's

Een van de eerste zaken waarmee we in de projectgroep geconfronteerd werden, was dat er niet een eenduidige visie heerst bij Pabo-docenten Nederlands op hun eigen vak. Er is geen overeenstemming, in ieder geval niet in de retoriek, over wat nu de belangrijkste uitgangspunten zijn van het vak Nederlands op de Pabo.

In de projectgroep hebben we niet geprobeerd een visie op het vak op te stellen vanuit een abstract standpunt. We hebben vrij praktisch willen kijken naar de taken waarmee een docent Nederlands naar ons idee geconfronteerd wordt. En die taken verschillen naarmate de docent een andere rol aanneemt binnen zijn beroep. Welke rol hij wanneer vervult, is afhankelijk van de situatie.

In de context van zijn werk lijken ons de volgende rollen het belangrijkst:

- de rol van opleidingsdocent

- de rol van vakdeskundige.

En ook is van belang: de docent als persoon. De keuzes die hij maakt, zijn daarvan immers ook sterk afhankelijk.

De opleidingsdocent

De professionaliteit van opleiders is al jaren een aandachtsgebied. Het Procesmanagement Lerarenopleidingen heeft deze als speerpunt opgenomen voor de innovatie van lerarenopleidingen op de middellange termijn (Procesmanagement Lerarenopleiding, 1996). Korthagen (1996) geeft een overzicht van kenmerken van lerarenopleiders in het algemeen en de bekwaamheden die deze zouden moeten bezitten.

De docent Nederlands functioneert als opleidingsdocent; het vakprogramma is niet een autonome eenheid, maar een organisch deel van het gehele curriculum. De docent Nederlands als opleidingsdocent draagt de algemene uitgangspunten van het opleidingscurriculum in zijn onderwijs uit. Dat kunnen per opleiding andere zijn, maar een (groeiend) aantal is gemeenschappelijk. Zo gaat hij er bij zijn onderwijs van uit, dat hij een begeleider is van leerprocessen bij de studenten. Hij stemt zijn onderwijs af op de individuele student en heeft oog voor de culturele achtergronden van hem en zijn soms gecompliceerde taalsituatie, met name als de student een andere culturele en etnische herkomst heeft.

Het onderwijs is voor een belangrijk deel gericht op het verwerven van strategieën, van leren leren. Het onderwijs geschiedt in een zo interactief mogelijke context, waarin de docent de lerende student centraal stelt, die voortdurend wordt geprikkeld tot reflectie op zijn handelen. De praktijk staat in de opleiding centraal. De student wordt opgeleid voor de basisschool die hij bezoekt en voor de basisschool die hij moet maken. Dat betekent dus niet dat de stage allesbepalend is voor de opleiding, maar wel dat de praktijk zoveel mogelijk in de opleiding wordt gehaald, waardoor de student in staat is op de opleiding een praktijktheoretische kennis te ontwikkelen. Dat gebeurt in een aantrekkelijke leeromgeving, waarin het gebruik van informatie- en communicatietechnologie organisch is ingebouwd. In de naaste toekomst stelt de docent de student in de gelegenheid de praktijk te bestuderen via een multimediale leeromgeving. Over het algemeen geldt dat de opleidingsdocent waar mogelijk de uitgangspunten van het onderwijs op de basisschool toepast in zijn eigen onderwijs (teach as you preach).

De vakdeskundige

De docent Nederlands op de Pabo speelt een centrale rol in het taalbeleid van de opleiding. Hij is een sleutelfiguur bij de afstemming van de vakken op elkaar. Taal speelt een rol bij de andere

31

© Nederlandse Taalunie, 2000-2009 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties