taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Conferentiebundels

Bundel 11

Elfde conferentie Het Schoolvak Nederlands
P.M. Nieuwenhuijsen
1998
210 pagina's

vakken op verschillende niveaus. Door middel van taal worden vakinhouden overgedragen op de studenten; door middel van taal worden inhouden overgedragen aan de leerlingen. Voor de Pabo is dat een leerstofinhoudelijke en een didactische kwestie. Veel meer dan in het verleden moet de docent Nederlands zich bewust zijn van de rol die taal speelt op de Pabo en op de basisschool. Op de Pabo: waar werkstukken worden gevraagd voor welk onderdeel van het curriculum dan ook, waar presentaties worden gehouden door studenten en waar studenten onderzoekjes moeten opzetten, is de docent Nederlands de centrale figuur voor de afstemming van deze taaltaken op elkaar. Op de basisschool: de leerlingen moeten bij de zaakvakken teksten lezen waarbij talige vaardigheden in het geding zijn. De leerlingen luisteren, spreken, lezen en schrijven bij taal maar ook bij andere vakken. De docent Nederlands zorgt ervoor dat de transfer naar andere vakken zo soepel mogelijk verloopt.

Verder begeleidt de docent de ontwikkeling van studentvaardigheden. Deze zijn in twee delen te onderscheiden: de student treedt op als communicator; hij moet in zijn toekomstige beroep adequaat kunnen communiceren. We denken hierbij aan taaltaken op het gebied van de vier vaardigheden spreken, luisteren, lezen, schrijven en taalbeschouwing. Wat dit betreft verschilt een leraar basisschool niet zoveel van bijvoorbeeld een maatschappelijk werker of een ander hoger opgeleide.

Daarnaast gaat de student functioneren als (taal)leraar. De docent Nederlands zorgt ervoor dat de student zich de daarvoor vereiste didactische vaardigheden kan verwerven. Dat wil twee dingen zeggen: de student is zich bewust van de rol die taal op de basisschool speelt bij andere vakken en hij kan daar bij zijn onderwijsaanbod rekening mee houden. In de tweede plaats heeft hij kennis van en vaardigheden met betrekking tot de taaldidactiek van het taalonderwijs in engere zin (het spreek- en luisteronderwijs, het onderwijs in lezen en schrijven en in de taalbeschouwing).

Op zoek naar inhouden van het vak Nederlands op de Pabo

In hoofdstuk 6 van Een vakcurriculum Nederlands op de Pabo geven we een opsomming van mogelijke inhouden van het onderwijs in Nederlands op de Pabo. We doen dat zo ruim mogelijk; er zal dan ook geen enkele Pabo zijn die probeert aan al de genoemde aspecten gelijkelijk aandacht te besteden. We zouden dat geen student toewensen. Secties Nederlands zullen keuzes moéten en wíllen maken, uit een groot aanbod.

Dus: in dit hoofdstuk komen inhouden van het programma Nederlands aan de orde. We gaan hier niet in op de manier waarop die inhouden in de gehele curricula moeten functioneren. Of een Pabo een curriculum heeft dat opgezet is vanuit probleemgestuurd onderwijs, of praktijkgestuurd is, of volgens het concept van het APS is ontwikkeld of anderszins is georganiseerd, blijft op deze plaats buiten beschouwing. Welke keuzes er gemaakt worden, en vanuit welke criteria die worden gemaakt, daar gaan we in dit hoofdstuk niet op in.

Welke inhouden zijn voor de Pabo voor het vak Nederlands relevant? We beantwoorden die vraag vanuit de startbekwaamheden voor onderwijs in Nederlands, die in het najaar van 1997 opnieuw zijn geformuleerd. In die startbekwaamheden voor onderwijs in het Nederlands wordt aangegeven wat de beginnende (taal)leraar moet kennen en kunnen om een goede start te kunnen maken in het basisonderwijs.

Evenals voor de startbekwaamheden gaan we uit van de traditionele indeling in de vier domeinen

32

© Nederlandse Taalunie, 2000-2009 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties